Aan Wie Is Het Boek Johannes Geschreven
De Evangeliën Geschreven opdat jij gelooft – Wie schreef het? De schrijver van het vierde Evangelie is Johannes. Hij is een van de zonen van Zebedeüs. In zijn beschrijving van het Evangelie noemt hij zich ‘de discipel die(n) Jezus liefhad’. In Johannes 13:23 ligt hij het dichtst bij Jezus aan de paasmaaltijd.

In 19:26 gaat het om de discipel aan wie de Heere Jezus de zorg voor Zijn moeder toevertrouwt. In 20:2 is het de discipel die op de opstandingsmorgen samen met Petrus als eerste naar het graf gaat. In 21:7, 20 is hij aanwezig bij de verschijning van de opgestane Heere bij de Zee van Tiberias. En aan het einde van het boek, in 21:24, wordt hij de schrijver van deze evangeliebeschrijving genoemd.

Eerst is Johannes een discipel van Johannes de Doper. Onvergetelijk is voor hem de eerste ontmoeting met de Heere Jezus. En het was omtrent de tiende ure (1:40). Aan wie is het gericht? Johannes schrijft voor een latere generatie christenen. Hij woont in Efeze.

  1. Het is ruim zestig jaar geleden dat de Heere Jezus op aarde heeft geleefd en gewerkt.
  2. Allerlei vreemde dwalingen steken de kop op in Klein-Azië (het tegenwoordige Turkije).
  3. Als oog- en oorgetuige van het werk van de Heere Jezus schrijft Johannes dan nog eenmaal op wat hij gezien en gehoord heeft.
  4. Andere evangelisten hebben dat voor hem gedaan.

Hun werk herhaalt Johannes dan ook niet. Maar hij richt zich op de christenen in Klein-Azië tegen het einde van de eerste eeuw. Voor de christenen in die tijd is het moeilijk om te geloven dat Gods Zoon werkelijk vlees geworden is. Wat is de kern? De kern van het vierde Evangelie is te vinden in Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.

  1. Johannes benadrukt hier tegenover de dwalingen, dat de Heere Jezus werkelijk mens geworden is.
  2. Zo woont (‘tabernakelt’) de Heere Jezus onder de mensen.
  3. Wanneer in de woestijntijd de wolk neerdaalde op de tabernakel, toonde God Zijn heerlijkheid.
  4. Dezelfde heerlijkheid wordt nu gezien in het vleesgeworden Woord.

Johannes schrijft: En wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborene van de Vader. Jezus is de eniggeboren Zoon van God in het vlees, maar zonder zonde. Vol van genade en waarheid, zegt Johannes. Hoe is de indeling? Om de indeling van het Evangelie naar Johannes te kunnen begrijpen, kun je het beste denken aan de tabernakel en wat er op Grote Verzoendag gebeurde.

  1. De tabernakel had drie delen: de voorhof, het heilige en het heilige der heiligen.
  2. Op Grote Verzoendag ging de Hogepriester met het bloed tot in het binnenste heiligdom.
  3. In het eerste gedeelte van dit Evangelie (1:19-12:50) wordt het optreden van de Heere Jezus in het openbaar getekend.
  4. Johannes vertelt over het leven en werk van de Heere Jezus, zoals het zichtbaar is voor alle Israëlieten.

Hij vertelt over de wonderen die Jezus doet, te beginnen bij de verandering van water in wijn op de bruiloft in Kana, maar vooral ook over de vele gesprekken die Jezus heeft gevoerd. Het tweede gedeelte (13:1-17:26) gaat over de afscheidsgesprekken van de Heere Jezus met Zijn discipelen.

Hij leidt hen in in Gods heilgeheimen (de weg naar het Vaderhuis, de andere Trooster, de ware Wijnstok) en sluit af met het Hogepriesterlijke gebed. Voordat Jezus ingaat in het heilige der heiligen doet Hij als Hogepriester het gebed. Het derde gedeelte (18:1-20:31) gaat over het werk van Christus voor het aangezicht van Zijn Vader.

Als de Gekruisigde hangt de Eniggeboren Zoon van God in het gericht van God. Hij hangt daar alleen als het Lam van God en moet voor voldoening zorgen. Zo wordt Zijn opstanding het ‘amen’ van God de Vader op Zijn werk als Hogepriester. Wat is bijzonder? Bijzonder zijn de zogenaamde Ik-ben-woorden in het vierde Evangelie.

Tot zevenmaal toe spreekt de Heere Jezus een woord uit dat begint met ‘Ik ben’: het Brood des levens; het Licht der wereld; de Deur der schapen; de goede Herder; de Opstanding en het Leven; de Weg, de Waarheid en het Leven; de ware Wijnstok. Deze woorden gaan terug op Ex.3:13-14, waar de HEERE Zijn Naam bekend maakt: IK ZAL ZIJN DIE IK ZIJN ZAL.

Ook in het tweede deel van het boek Jesaja vind je veel zinnen die dit ‘Ik ben’ in zich hebben, zoals: Ik, Ik ben de HEERE en er is geen Heiland behalve Ik (Jes.43:11). Daarnaast vinden we in het eerste deel van dit Evangelie ook zeven wonderen van de Heere Jezus.

  1. Ze hebben hetzelfde doel.
  2. Door woorden en werken toont de Heere Jezus de genade en de heerlijkheid van God de Vader.
  3. Maar het allermeest toont Hij deze in Zijn kruisiging en opstanding.
  4. Dat is ‘Zijn ure’, ‘Zijn verhoging’ en ‘Zijn verheerlijking’.
  5. Wat is de spits? Johannes formuleert de spits van het vierde Evangelie in Johannes 20:31: Maar deze zijn geschreven, opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus, de Zone Gods, en opdat gij gelovende het leven hebt in Zijn Naam.

Het ongeloof ziet in een vleesgeworden en gekruisigde Jezus gedaante noch heerlijkheid (Jes.53:2), maar een arme zondaar ziet door het geloof in Hem alles! Alleen door het geloof kun je de heerlijkheid van Jezus als het gekruisigde Lam van God zien en ontvang je uit Zijn volheid genade voor genade.

Wie heeft het boek Johannes geschreven?

Wie heeft dit boek geschreven? – De apostel Johannes, de geliefde discipel van Jezus Christus, is de schrijver van dit boek. Het Boek van Mormon bevestigt dat Johannes in het voorsterfelijk bestaan was geordend om het boek Openbaring te schrijven. (Zie 1 Nephi 14:18–27 ; Ether 4:16,)

Welke Bijbelboeken schreef Johannes?

Schrijver – Als je het Johannesevangelie leest, kom je een aantal keer een leerling tegen die ‘de leerling van wie Jezus veel hield’ genoemd wordt. In hoofdstuk 21:24 wordt gezegd dat deze leerling het boek geschreven heeft. Als snel is door de kerk aangenomen dat deze leerling Johannes geweest moet zijn.

Hoeveel Bijbelboeken schreef Johannes?

Begin van 1 Johannes in de Codex Harleianus 5537 De brieven van Johannes zijn drie Bijbelboeken uit het Nieuwe Testament, die volgens de gangbare historische inzichten geschreven zijn rond 90 tot 100 na Christus, Ze worden tot de algemene zendbrieven gerekend omdat de afzender er niet duidelijk in staat vermeld.

In de christelijke traditie wordt de apostel Johannes als de schrijver gezien. In de inleiding van beide laatste brieven maakt de schrijver zich bekend als de ‘oudste’ (‘presbyter’ van het Griekse presbyteros ). Daarom wordt wel verondersteld dat de auteur van deze twee brieven een andere zou zijn dan die van de eerste brief.

Deze veronderstelde andere auteur duidt men dan aan als Johannes de Presbyter, In de toelichting van de Nieuwe Bijbelvertaling wordt erop gewezen dat wat stijl en denkwereld betreft de drie brieven sterk op elkaar lijken en dat daarom eenzelfde schrijver voor de hand ligt.

In het kerkhistorische werk van kerkvader Eusebius van Caesarea lijkt bisschop Papias (uit het begin van de tweede eeuw ) een onderscheid tussen de apostel Johannes en Johannes de presbyter te maken. Omdat Papias de apostelen in het algemeen als presbyters aanduidt, kan Papias hiermee echter dezelfde persoon op het oog hebben gehad.

Ook het gegeven dat de christelijke traditie al zo snel de apostel Johannes als schrijver van deze drie brieven heeft aangemerkt, kan er op wijzen dat alleen iemand met zijn gezag deze brieven geschreven kan hebben omdat ze anders niet zouden zijn aanvaard.

Wie is de schrijver van het boek Mattheus?

Matteüs-evangelie Het evangelie van Matteüs is één van de vier heilige boeken die de grote betekenis van Jezus’ levensloop voor het heil van de mensen schetsen. Dit evangelie benadrukt dat Jezus de Messias is, de Zoon van David in wie de woorden van de profeten tot volle betekenis zijn gekomen.

Evangelie Het Evangelie volgens Matteüs behoort met de boeken van Marcus, Lucas en Johannes tot de vier evangeliën van het Nieuwe Testament. De term ‘evangelie’ duidt op de ‘goede boodschap’ die door Jezus Christus is verkondigd. ‘Evangelie’ is in de christelijke traditie bovendien de aanduiding van een boek dat de grote betekenis van Jezus’ levensloop voor het heil van de mensen schetst.

Matteüs de tollenaar De traditie schrijft het evangelie volgens Matteüs toe aan de apostel Matteüs. In de apostellijst wordt deze Matteüs ‘de tollenaar’ genoemd (Matteüs 10,3). Zijn roeping wordt verhaald in Matteüs 9,9-13: Toen Jezus vandaar verder ging, zag Hij iemand bij het tolkantoor zitten, die Matteüs heette, en Hij zei tegen hem: ‘Volg Mij’.

  1. Hij stond op en volgde Hem.
  2. In de evangeliën van Marcus en Lucas wordt de apostel Matteüs Levi genoemd (Marcus 2,14; Lucas 5,27).
  3. Datering Het Evangelie volgens Matteüs heeft naar het oordeel van veel geleerden rond het jaar 75 na Christus zijn huidige vorm gekregen.
  4. Met deze datering sluiten zij overigens geenszins uit dat in dit boek bronnen verwerkt zijn van een vroegere datum.

Er zijn ook onderzoekers die het evangelie dateren tussen 60 en 70 na Christus. Antiochië Een oude traditie noemt Jeruzalem als de plaats waar het Matteüsevangelie zijn huidige vorm gekregen heeft. Aannemelijker is echter dat het ontstaan is in Antiochië, een belangrijke plaats binnen het vroege christendom, gelegen in het huidige Turkije.

Gezien de inhoud van Matteüs, dient de auteur in ieder geval geplaatst te worden in een joods-christelijk milieu. Een centraal thema van het evangelie is immers de verhouding tussen joden en christenen. Christendom eigen identiteit De hoofdgedachte van het Matteüsevangelie is dat Jezus Messias is, Zoon van David.

In Jezus zijn de woorden van de profeten uit het Oude Testament tot volle betekenis gekomen. Anderzijds staan de lezers die de auteur op het oog heeft, voor de schrijnende vraag hoe om te gaan met de groter wordende kloof tussen joden en christenen. In dit licht moet men de polemiek tegen farizeeën en schriftgeleerden verstaan (Matteüs 23).

  • In deze polemiek verwerft het christendom zijn eigen identiteit.
  • Van de andere kant blijft de evangelist overtuigd van de nauwe verbondenheid van het christendom met het joodse erfgoed.
  • Jezus de leraar Kenmerkend voor Matteüs is dat Jezus vooral een leraar is.
  • De uitspraken van Jezus zijn bij elkaar gebracht in grote redevoeringen, die kunnen dienen als een leefmodel voor de christelijke gemeenschap.

De zes grote redevoeringen zijn: de bergrede (5-7), de zendingsrede (10), de parabelrede (13), de kerkrede (18), de rede tegen de farizeese schriftgeleerden (23) en de rede over het einde (24-25). Verhaallijn In Matteüs vindt men met variaties hetzelfde verhaallijn als in Marcus en Lucas.

Het begint met verhalen over Jezus’ vroege jaren. Na het optreden van Johannes de Doper is Jezus werkzaam in Galilea. Daarna gaat hij op reis naar Jeruzalem. Tijdens die reis spreekt hij erover dat in Jeruzalem zijn levenseinde onvermijdelijk is. De botsing met de overheden in Jeruzalem leidt tot zijn arrestatie en terechtstelling, maar drie dagen na zijn dood laat God hem verrijzen.

Matteüs in vergelijking met Marcus en Lucas Een gedeelte van de inhoud heeft het evangelie van Matteüs gemeen met dat van de andere Synoptici, Marcus en Lucas. Alleen met Marcus gemeen heeft Matteüs onder andere Matteüs 14,23-16,12 / Marcus 6,46-8,21, met daarin een uiteenzetting over ‘rein en onrein’, een tocht van Jezus naar Tyrus en Sidon buiten Israël en een tweede spijzigingsverhaal.

  1. Alleen met Lucas gemeen heeft Matteüs vrijwel uitsluitend enkele parabelen en uitspraken van Jezus.
  2. Alleen in Matteüs Tot de eigen stof van Matteüs behoren met name de eerste twee hoofdstukken, over de Davidische oorsprong van Jezus.
  3. Aan het slot van Matteüs volgt bovendien de verschijning van Jezus aan zijn leerlingen in Galilea.

De opdracht die de leerlingen daar ontvangen – onder meer om te dopen in naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest – betreft alle volken. Met dank aan de Katholieke Bijbelstichting (KBS) te Den Bosch die de ‘Inleiding op het evangelie volgens Matteüs’ (Willibrordvertaling van de Bijbel, uitgave 1995) welwillend ter beschikking heeft gesteld voor verwerking in dit lemma.

Welke Bijbelboeken heeft Paulus geschreven?

Martelaar – Nadat Paulus in Macedonië al een keer was opgepakt en door een aardbeving weer vrij was gekomen en ook in Korinthe aan vervolging was ontsnapt, werd hij rond 60 n. Chr opgepakt in Jeruzalem. De Joden beschuldigde hem ervan tegen hun geloof te prediken en onbesneden mannen toe te laten tot de tempel.

Paulus beriep zich als Romein op het recht om berecht te worden in Rome. Zijn laatste reis bracht hem daarom naar het hart van het Romeinse rijk. In Rome werd in eerste instantie vrijgesproken van de aanklacht in Jeruzalem. Maar nadat hij enkele jaren prekend door Rome trok, werd Paulus opnieuw opgepakt.

Waarschijnlijk is Paulus onthoofd tijdens de grote christenvervolging van keizer Nero, waarbij ook Petrus werd gekruisigd. Op de plek waar Paulus en Petrus de dood vonden, werd later de Sint Pietersbasiliek gebouwd. Op 29 juni wordt jaarlijks de marterlaarsdood van Petrus en Paulus herdacht door de katholieke kerk.

De verhalen over het leven van Paulus staan beschreven in het Bijbelboek Handelingen. Bovendien wordt Paulus gezien als schrijver van 14 brieven (waarvan 7 betwist) die opgenomen zijn in het nieuwe testament: Romeinen, 1 Korintiërs, 2 Korintiërs, Galaten, Efeziërs, Filippenzen, Kolossenzen, 1 Tessalonicenzen, 2 Tessalonicenzen, 1 Timoteüs, 2 Timoteüs, Titus, Filemon en Hebreeën.

Hierdoor en vanwege de onthoofding in Rome wordt Paulus in de kunst altijd afgebeeld met een boek en een zwaard. Aan Wie Is Het Boek Johannes Geschreven Simon de Vos – Onthoofding van Paulus Aan Wie Is Het Boek Johannes Geschreven Mattia Preti – Onthoofding van Paulus Aan Wie Is Het Boek Johannes Geschreven School van Sevilla – Hoofden van Paulus, Johannes de Doper en Jakobus Aan Wie Is Het Boek Johannes Geschreven Enrique Simonet – Onthoofding van Paulus

Wat is het oudste evangelie?

Marcus-evangelie Het evangelie van Marcus is één van de vier heilige boeken, die de grote betekenis van Jezus’ levensloop voor het heil van de mensen schetsten. Dit evangelie benadrukt dat Jezus zich juist in zijn lijden als Zoon van God zichtbaar heeft gemaakt.

Evangelie Het Evangelie volgens Marcus behoort met de boeken van Matteüs, Lucas en Johannes tot de vier evangeliën van het Nieuwe Testament. De term ‘evangelie’ duidt op de ‘goede boodschap’ die door en over Jezus Christus is verkondigd. ‘Evangelie’ is in de christelijke traditie bovendien de aanduiding van een boek dat de grote betekenis van Jezus’ levensloop voor het heil van de mensen schetst.

Oudste evangelie Veel uitleggers nemen aan dat Marcus het oudste evangelie is. In deze tekst zou voor het eerst allerlei overgeleverd en in kleine bundels verzameld ‘evangeliemateriaal’ zijn samengevoegd tot een groter inhoudelijk geheel. Het evangelie van Marcus vormt als zodanig een mijlpaal in de traditie.

  1. Datering Het evangelie volgens Marcus wordt in zijn huidige vorm meestal kort voor of na het jaar 70 na Christus gedateerd.
  2. Een vroegere datering wordt ook wel bepleit: de jaren tussen 60 en 70.
  3. In beide gevallen heeft de datering betrekking op de laatste fase in het wordingsproces van het boek.
  4. Evenals de andere evangeliën gaat Marcus terug op oudere overleveringen.

Vertolker van Petrus Het staat niet vast wie dit evangelie heeft geschreven. Mogelijk hebben zelfs meerdere auteurs bijgedragen aan het ontstaan van de tekst. Volgens oude overlevering is de auteur een man genaamd Marcus, die het evangelie heeft geschreven op basis van de mededelingen van Petrus.

Mogelijk is dit dezelfde persoon als ‘Johannes Marcus’ over wie in Handelingen 12,12 gesproken wordt. In 1 Petrus 5,13 wordt over hem gesproken als ‘mijn zoon Marcus’. Bij Paulus Ook Paulus spreekt een aantal keren over Johannes Marcus. Hoewel in Handelingen 13,13 wordt vermeld dat Johannes (Marcus) Paulus’ gezelschap verliet, is hij in Kolossenzen 4,10 weer in het gezelschap van Paulus.

Hij wordt daar nader aangeduid als ‘de neef van Barnabas’. Ook in Filemon 24 is hij in het gezelschap van Paulus. Niet-joodse christenen Als plaats van ontstaan van het Marcus-evangelie wordt in oude teksten al vroeg Rome genoemd. De lezers die de auteur op het oog had, zijn waarschijnlijk niet-joodse christenen.

Immers, allerlei zaken die voor joden of voor joodse christenen bekend verondersteld mogen worden, licht hij toe. Daarvan getuigt bijvoorbeeld de uitleg van de rituele wassingen in Marcus 7,3-5. Vervolging De thematiek van het evangelie maakt aannemelijk dat de lezers te maken hebben, of in ieder geval bekend zijn, met vervolging vanwege hun geloof.

Van daaruit vragen zij zich mogelijk opnieuw af wat de betekenis van Jezus van Nazaret is. Waarom moest de Zoon van God zo lijden? En waarom moeten zijn volgelingen zo lijden? Met zijn evangelie wil de auteur een antwoord geven op deze vragen. Messiaans geheim Een van de middelen die de auteur gebruikt om de gevoelens van twijfel en onbegrip van zijn lezers een plaats te geven, en om hun lijden te duiden, is dat van het zogenoemde ‘messiaans geheim’.

  1. Aan uitgedreven kwade geesten, aan de genezen melaatse en aan Petrus verbiedt Jezus dat men hem als Messias bekend maakt.
  2. Alle belang wordt door Jezus bij zijn lijden, sterven en verrijzen gelegd.
  3. Daartoe is hij als Mensenzoon op aarde gekomen.
  4. Alleen wie hem als gekruisigde als Heer aanvaardt, zal waarlijk weten dat hij de Messias is.

Onbegrip Kenmerkend voor het messiaans geheim is ook dat Jezus pas laat in het Marcus-evangelie, vanaf het begin van de reis naar Jeruzalem, openlijk spreekt over wat er in Jeruzalem gaat gebeuren. Het onbegrip dat deze boodschap teweegbrengt bij de leerlingen is een literair procédé om duidelijk te maken wat het betekent volgeling te zijn van een gekruisigde Messias, een ‘Zoon van God’ die niettemin door de wereld wordt vernederd en miskend.

  1. Het is een motief dat bijzonder inspeelt op de situatie waarin de lezers die de auteur op het oog heeft verkeren.
  2. Lijden Juist in het lijden wordt volgens Marcus zichtbaar dat Jezus Christus de Zoon van God is.
  3. In het hoofdstuk waarin Jezus kruisdood wordt beschreven, onderstreept de auteur dit met de uitroep van een Romeinse centurion: Inderdaad die man was de zoon van God (Marcus 15,39).

Ingewijden De evangelieschrijver weet dat het voor zijn lezers bijna onbegrijpelijk moet zijn dat de Zoon van God door toedoen van mensen zo heeft moeten lijden. Hij stelt daar tegenover dat het feit dat de Messias zich juist in dat lijden zichtbaar heeft gemaakt, alleen maar door ingewijden begrepen en geloofd worden.

  • Zijn boodschap aan de vervolgde, onzekere christenen is dat zij tot die ingewijden behoren.
  • Door te delen in Zijn lijden delen gelovigen ook in Zijn heerlijkheid.
  • In Jezus’ eigen woorden: Wie zijn leven verliest vanwege Mij en de goede boodschap, zal het redden (Marcus 8,35).
  • Verhaallijn De auteur ordent zijn stof naar een verhaallijn die met variaties ook in Matteüs en Lucas voorkomt.

Jezus trok, na het optreden van Johannes, in Galilea predikend en genezend rond en is vervolgens naar Jeruzalem gereisd. Aldaar is hij ten slotte op aandringen van de leiders van het volk gearresteerd en terechtgesteld, maar uiteindelijk na drie dagen verrezen.

  • Dubbel einde Oorspronkelijk eindigde het evangelie van Marcus blijkens verscheidene handschriften bij de woorden: Ze vluchtten naar buiten, van het graf weg, want ze waren bang (Marcus 16,8).
  • Opnieuw een erkenning van de mogelijke angst die veel lezers kenden om zich in tijden van vervolging openlijk christen te noemen.

In de tweede eeuw zijn er twaalf verzen aan toegevoegd. Daarin verschijnt Jezus nog eenmaal aan zijn volgelingen, zeggende: Trek heel de wereld door om aan elk schepsel de goede boodschap te verkondigen (Marcus 16,15). Met dank aan de Katholieke Bijbelstichting (KBS) te Den Bosch die de ‘Inleiding op het evangelie volgens Marcus’ (Willibrordvertaling van de Bijbel, uitgave 1995) welwillend ter beschikking heeft gesteld voor verwerking in dit lemma : Marcus-evangelie

Hoe heten de eerste 5 Bijbelboeken?

Oude Testament Het Oude Testament is een grote verzameling van verschillende joodse geschriften, door de christenen overgenomen en erkend als het eerste deel van hun Bijbel. Oude en Nieuwe Testament De Bijbel bestaat voor christenen uit twee hoofddelen: het Oude Testament en het Nieuwe Testament.

In de christelijke benaming ‘Oude en Nieuwe Testament’ heeft het woord ‘testament’ de betekenis van ‘verbond’: het gaat om de relatie tussen God en de mensen. Het Oude Testament is een grote verzameling van verschillende geschriften, die grotendeels in het Hebreeuws zijn geschreven. Van oorsprong is het Oude Testament een joods geschrift.

De christenen hebben het overgenomen en erkend als Heilige Schrift. Zij hebben aan dit geschrift het in het Grieks geschreven Nieuwe Testament toegevoegd. In het Nieuwe Testament staat Jezus Christus centraal. Joden: tora of tenach Joden beschouwen alleen het Oude Testament als Heilige Schrift; zij noemen dit Tora of Tenach.

  1. Het woord TeNaCH is samengesteld uit de beginletters van de drie delen van de verzameling: Tora, Nebiim, Chetubim, dat wil zeggen Wet, Profeten en Geschriften.
  2. Vaak gebruiken joden ook de term Tora voor het geheel, waarbij het eerste en belangrijkste deel geldt ter aanduiding van de totale Tenach.
  3. Mondelinge overlevering Voordat de boeken van de Bijbel hun definitieve vorm kregen, hebben de teksten langere tijd eerst mondeling en later ook schriftelijk gecirculeerd in de joodse gemeenschap.
You might be interested:  Hoe Boek Je Fooi In De Boekhouding

De teksten dragen daarom de sporen van opeenvolgende redacties uit verschillende tijden. Voor en na de ballingschap Onderdelen van de oudste boeken, onder meer uit de Tora, gaan terug op mondelinge tradities uit het tweede en eerste millennium voor Christus en hebben waarschijnlijk voor of tijdens de Babylonische ballingschap (587 voor Christus) hun eindredactionele vorm gekregen.

  1. De jongere boeken van het Oude Testament zijn na de ballingschap geschreven en geredigeerd: ergens tussen 538 en 100 voor Christus.
  2. Tweede eeuw na Christus De uiteindelijke lijst van geschriften die door de joodse geloofsgemeenschap als heilig en gezagvol wordt erkend – de Tenach dus – is in de tweede eeuw na Christus afgesloten.

Woordvoerders van God De geschriften van het Oude Testament zijn het werk van auteurs of redacteurs die erkend zijn als woordvoerders van God temidden van hun volk. Velen van hen zijn anoniem gebleven. Een groot deel van hun werk is geïnspireerd door de overleveringen van de gemeenschappen waartoe zij behoorden.

Meerdere boeken Het Oude Testament bestaat uit 46 boeken van uiteenlopend karakter: verhalen, wetten, geschiedschrijving, gedichten, gebeden, liederen en spreuken. Joodse en christelijke indeling De joodse en christelijke indeling en ordening van de boeken verschilt. Hieronder worden eerst beide indelingen gegeven.

Daarna wordt het verschil verklaard. JOODSE INDELING : 1. Tora Het eerste deel dat de joden binnen Tenach onderscheiden is de, de Wet of het levensoriënterend programma. De Tora omvat de eerste vijf boeken van de Bijbel, waarbij de openingswoorden van deze boeken tevens als hun naam worden aangewend: Beresjit (‘In het begin’), Sjemot (‘De namen’), Wayyiqra (‘Hij noemde’), Bemidbar (‘In de woestijn’) en Debarim (‘De woorden’).2.

Nebiim Op de Tora volgt het tweede deel, Nebiim, dat de Vroege en Late Profeten omvat. Dat zijn boeken waarin profeten optreden of die op naam van profeten staan: Jozua, Rechters, 1-2 Samuël, 1-2 Koningen (de ‘Vroege Profeten’); Jesaja, Jeremia, Ezechiël en de Twaalf Kleine Profeten (de ‘Late Profeten’).3.

Chetubim Het derde deel van Tenach bestaat uit de Chetubim of overige Geschriften: Psalmen, Job, Spreuken; Ruth, Hooglied, Prediker, Klaagliederen en Ester (de vijf zogenaamde Feestrollen die op de joodse feestdagen worden voorgelezen); vervolgens Daniël, Ezra, Nehemia en 1-2 Kronieken.

  1. De ordening van de boeken is circulair: in de kern van de cirkel staat de Tora, daaromheen de cirkel van de Nebiim en ten slotte die van de Chetubim.
  2. CHRISTELIJKE INDELING: 1.
  3. Pentateuch De christenen onderscheiden binnen het Oude Testament vier delen.
  4. Het eerste deel is de Pentateuch en komt overeen met de Tora.

‘Pentateuch’ is Grieks voor ‘de Vijf Rollen’. De rollen worden ook wel ‘de Vijf Boeken van Mozes’ genoemd. De eerste vijf boeken van het Oude Testament worden in de christelijke traditie met hun Grieks-Latijnse naam aangeduid: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium.

De daaropvolgende boeken ordent men naar chronologie.2. Historische boeken Op de Pentateuch volgen de Historische Boeken: Jozua, Rechters, Ruth, 1-2 Samuël, 1-2 Koningen, 1-2 Kronieken, Ezra, Nehemia, Tobit, Judit, Ester en 1-2 Makkabeeën. Deze geschriften gaan over het verleden.3. Wijsheidsboeken Het derde deel wordt gevormd door de Wijsheidsboeken of Poëtische Boeken: Job, Psalmen, Spreuken, Prediker, Hooglied, Wijsheid van Salomo, Wijsheid van Jezus Sirach.

Al deze boeken gaan over het heden.4. Profetische boeken De Profetische Boeken vormen het vierde en laatste deel. Ze omvatten de Grote Profeten: Jesaja, Jeremia (met Klaagliederen en Baruch), Ezechiël en Daniël; en de Twaalf Kleine Profeten. De boeken worden verondersteld betrekking te hebben op de toekomst.

Waarom twee indelingen? Als we willen weten wanneer en waarom de joodse en christelijke indelingen van het Oude testament van elkaar zijn gaan verschillen, moeten we ons verdiepen in de geschiedenis van de zogeheten septuaginta. Tenach in Griekse vertaling: Septuaginta Van oudsher zijn er vertalingen van het Oude Testament gemaakt.

De oudste is de, waaraan gewerkt werd vanaf de derde eeuw voor Christus. Toen de grote joodse gemeenschap in Alexandrië onder invloed kwam van het hellenisme en de Griekse taal het Hebreeuws en Aramees als omgangstalen had vervangen, kon men vaak de in het Hebreeuws geschreven Tora niet meer begrijpen.

  1. Daarom maakte men een vertaling in het Grieks, die bekend werd onder de naam Septuaginta.
  2. ‘Septuaginta’ betekent in het Latijn ‘zeventig’.
  3. De legende wil namelijk dat het gezelschap van vertalers uit tweeënzeventig vertalers bestond, zes van de oudsten uit elk van de twaalf stammen van Israël.
  4. Septuaginta en joodse canon De joodse gemeenschap kende in eerste instantie groot gezag toe aan de Septuaginta en aan de iets langere lijst van heilige boeken die in de vertaling was opgenomen.

Later werd men zich meer bewust van de verschillen tussen deze Griekse vertaling en de Hebreeuwse grondtekst. Hierdoor daalde de Septuaginta bij de joden in aanzien. Daarbij speelde ook het feit een rol, dat de oudste christelijke geloofsgemeenschappen de Septuaginta-vertaling tot uitgangspunt namen en de christenen en joden uit elkaar groeiden tegen het einde van de eerste eeuw na Christus.

  • De joodse schriftgeleerden die in de tweede eeuw na Christus de definitieve canon of lijst van heilige boeken vaststelden, namen daarom niet de langere Griekse lijst over, maar erkenden alleen de kortere Hebreeuwse lijst van bijbelboeken.
  • Septuaginta en christelijke canon De vroege christenen bleven zich op de Septuaginta oriënteren.

Zo namen de christenen voor hun canon van het Oude Testament de langere lijst en de ordening van het Oude Testament in vier delen over van de Septuaginta. Daarom bevat de christelijke canon van het Oude Testament méér boeken dan de joodse Tenach. ‘Deuterocanonieke boeken’ De deuterocanonieke boeken zijn de boeken die wel in de christelijke lijst van bijbelboeken staan en niet in de Hebreeuwse canon.

  1. Atholieke en protestantse versies van het Oude Testament In de Reformatie namen de protestanten voor hun versie van het Oude Testament de korte lijst van de joden over en behielden de rooms-katholieken de lange lijst van de Septuaginta.
  2. Vandaar dat tot op de dag van vandaag de katholieke Bijbel meer boeken bevat dan de protestantse.

Vertalingen in het Aramees Naast de Septuaginta-vertaling ontstonden er rond het jaar 0 joodse vertalingen in het Aramees. De joden die in Palestina woonden spraken in die tijd namelijk Aramees en vonden het Hebreeuws van Tenach moeilijk te begrijpen.

  1. Daarom vertaalde men Tenach in het Aramees.
  2. Er waren verschillende Aramese vertalingen in omloop, die men Targums noemde.
  3. Zowel de Septuaginta als de Targums hebben veel invloed uitgeoefend op latere christelijke en joodse vertalingen, net als de Latijnse vertaling van Hiëronymus, de zogeheten Vulgaat.

Moderne talen In de Reformatie heeft Luther als een van de eersten een vertaling van de Hebreeuwse tekst van het Oude Testament in een moderne westerse taal, het Duits, gemaakt. Kort daarna volgden de Engelse vertaling door Tyndale en de Nederlandse Statenvertaling.

  1. Masoretische teksten Van geen enkel geschrift van het Oude Testament is het origineel bewaard gebleven.
  2. Hedendaagse vertalingen als de Willibrordbijbel worden gemaakt op basis van de traditionele Hebreeuwse tekst zoals die door zeer secure tekstbezorgers, de masoreten, in de achtste eeuw na Christus is uitgegeven.

Van deze masoretische tekst hebben we manuscripten uit de tiende eeuw en later. Deze teksten zijn zeer betrouwbaar, zoals gebleken is uit vergelijking met de Dode Zee-rollen. Dode Zee-rollen De Dode Zee-rollen werden in 1947-1955 gevonden in Qumran bij de Dode Zee.

De rollen stammen uit de tweede eeuw voor Christus tot de eerste eeuw na Christus en bevatten Hebreeuwse bijbelteksten. Een vergelijking tussen de masoretische teksten en de Dode Zeerollen leert dat de verschillen zeer gering zijn. De joodse overlevering was blijkbaar dermate nauwkeurig, dat er weinig fouten zijn gemaakt bij het kopiëren van de bijbelteksten.

Inhoud van het Oude Testament De inhoud van boeken van het Oude Testament (inclusief de deuterocanonieke schriften) ziet er in hoofdlijnen als volgt uit. Genesis De Pentateuch bestaat deels uit verhalen over de schepping en wording van de wereld, deels uit geschiedschrijving van het volk Israël en deels uit wetten.

In het eerste boek, Genesis, wordt verteld over de schepping en over de oergeschiedenis van de wereld en de eerste generaties mensen. Deze algemene geschiedenis wordt al snel toegespitst op één volk: de afstammelingen van Abraham, de Hebreeën of het volk Israël. Over de wording van dit volk gaan de verhalen van de aartsouders (Abraham en Sara, Isaak en Rebekka, Jakob en Rachel en Lea).

Zij worden afgesloten met de zegening van de twaalf zonen van Jakob, die van God de naam Israël kreeg; hieruit zullen later de twaalf stammen van Israël voortkomen. Met Jozef, een zoon van Jakob, begint het verblijf in Egypte, waarmee het boek Genesis besluit.

Exodus en Numeri Het verblijf in Egypte ontaardt in een slavenbestaan en in het boek Exodus volgt het verslag van de uittocht uit Egypte onder leiding van Mozes. De lange tocht door de woestijn en de ontvangst van de Wet op de berg Sinaï staan uitgebreid verteld in Exodus en Numeri. Leviticus en Deuteronomium De wetten die Mozes ontvangt, worden voornamelijk beschreven in de boeken Leviticus en Deuteronomium.

Met de dood van Mozes, vlak voor de intocht in het beloofde land, eindigt de Pentateuch. ‘Vroege profeten’ Het tweede deel van het Oude Testament, de Historische Boeken, wordt gevormd door onder meer de boeken Jozua, Rechters, Ruth, Samuël en Koningen.

De Hebreeuwse traditie geeft aan deze groep de verzamelnaam ‘Vroege Profeten’. Dit is te begrijpen, omdat profeten als Samuël, Natan, Elia en Elisa in deze boeken een zeer belangrijke rol spelen. Bovendien beschrijven deze boeken niet in de eerste plaats de politieke geschiedenis van het oude Israël, maar geven een profetische visie op die geschiedenis.

Anderzijds zijn het historische boeken omdat de verhalen inderdaad berusten op wat in het verleden met Israël gebeurd is. Wel zijn de historische feiten soms moeilijk uit het verhaalde te reconstrueren, aangezien zij in een profetisch-theologische visie zijn opgenomen.

Jozua en Rechters Zuiver historisch gesproken is de vestiging van de Israëlitische stamgroepen in Kanaän na de lange woestijntocht een langdurige en ingewikkelde geschiedenis geweest. Het boek Jozua stelt deze inneming echter voor als een bliksemoorlog onder eenhoofdige leiding van Jozua. Het boek Rechters laat daarentegen zien dat de inneming van Kanaän en de eerste periode van Israëlitische bewoning in Kanaän gekenmerkt worden door een geleidelijk proces van verovering en integratie.

Omdat er in die tijd geen koning of andere eenhoofdige leiding was, trad, telkens wanneer de noodzaak zich voordeed, een charismatische leider naar voren. Dit kon een militair leider, een rechtsprekende persoon of een bestuurder zijn. Deze personen krijgen dan allen de verzamelnaam: rechters of richteren.

De boeken Samuël en Koningen De twee boeken Samuël verhalen de geschiedenis van Israël op het moment waarop de twaalf stammen die tot dan toe alleen een religieuze eenheid zijn, overgaan tot een staatkundige eenheid onder één leider: de koning. Dat deze overgang met nogal wat moeilijkheden gepaard gaat, blijkt uit de verhalen over de eerste koning Saul en zijn opvolger, koning David (circa 1000 voor Christus).

Deze wordt op zijn beurt opgevolgd door Salomo. Na de dood van Salomo valt het koninkrijk uiteen in twee rijken: het Noordrijk of Israël en het Zuidrijk of Juda. Over de geschiedenis van Salomo en over de koningen in deze rijken vertellen de twee boeken Koningen.

Kronieken De twee boeken Kronieken beschrijven opnieuw de gehele geschiedenis van Adam tot en met de geschiedenis van de twee koninkrijken Israël en Juda: van het prilste begin tot de val van Jeruzalem in 587 voor Christus en de Babylonische ballingschap. Hierdoor hebben we in de Bijbel als het ware twee parallelle geschiedschrijvingen: Jozua tot en met Koningen en 1-2 Kronieken.

Vooral grote delen uit 1-2 Samuël en 1-2 Koningen komen overeen met die in 1-2 Kronieken. Ezra, Nehemia, Tobit, Judit, Ester en Makkabeeën De boeken Ezra en Nehemia beschrijven de situatie nadat de joden uit de ballingschap in Babylon zijn teruggekeerd.

Qua datering zijn de boeken Tobit, Judit en Ester verhalen die mogelijk in de Perzische periode (538-333 voor Christus) zijn ontstaan. De boeken 1-2 Makkabeeën beschrijven ten slotte de vrijheidsstrijd van de joden in de hellenistische periode (333-63 voor Christus). Job en Prediker Het derde deel van het Oude Testament bevat grotendeels Wijsheidsboeken, ook wel Poëtische Boeken genoemd.

De Wijsheidsboeken bevatten géén geschiedschrijving, maar gaan over vragen en levenswijzen van gelovige mensen. Hoe moeten zij in God geloven in tijden van groot lijden? Dat is het thema van het boek Job. En hoe moeten gelovige mensen hun leven vorm geven in een tijd die onzeker en vol vragen is? Daarover gaat Prediker.

Spreuken, Wijsheid van Salomo en Wijsheid van Jezus Sirach De boeken Spreuken, Wijsheid van Salomo en Wijsheid van Jezus Sirach proberen wijsheid en geloof te formuleren als antwoord op vragen van gewone gelovigen. Psalmen In de Psalmen, het omvangrijkste boek van het Oude Testament, staan gebeden in dichtvorm uit de gehele voorafgaande periode.

Het omvat alle soorten van menselijk vragen, zoeken, smeken, klagen en lofprijzen, en is daarmee een inspiratiebron geworden voor velen. Grote en Kleine Profeten Het vierde deel van het Oude Testament wordt gevormd door de Profetische Boeken. Ten onrechte heeft men in de traditie het woord profeet opgevat als iemand die de toekomst voorspelt.

  • Het woord profeet betekent letterlijk ‘iemand die spreekt namens God’.
  • Profeten beginnen hun optreden dan ook meestal met de zinsnede ‘zo spreekt de heer’, waarna zij de boodschap van de heer uitspreken; die boodschap is de tekst van het bijbelboek.
  • In tijden van voorspoed treden profeten op om de Israëlieten aan hun trouw jegens God te herinneren.

In tijden van tegenslag bemoedigen zij Israël. Zij geven richtlijnen voor de juiste interpretatie van de Wet (Pentateuch of Tora) en proberen die toe te passen op de eigen tijd en situatie. Zo richten de profeten zich in de periode vóór de ballingschap tot hun volk met de mededeling dat het bezit van de Wet niet alleen reden tot zelfbewustzijn is, maar vooral de mensen verplicht zich volgens de voorschriften van de Tora te gedragen.

  1. De vele sociale misstanden die zij om zich heen zien stellen zij aan de kaak; de profetische boeken getuigen daarom vaak van een grote sociale bewogenheid.
  2. Bovenstaande tekst werd welwillend voor online publicatie ter beschikking gesteld door de Katholieke Bijbelstichting (KBS) te Den Bosch.
  3. De tekst is ontleend aan de ‘Inleiding op de Bijbel’, opgenomen in de Willibrordvertaling van de Bijbel, uitgave 1995.

De redactie van rkk.nl bewerkte de tekst. : Oude Testament

Hoeveel Bijbels heb je?

Deel van een serie artikelen over het christendom
Pijlers
Bijbel
Christelijke feesten
Christelijke theologie
Geschiedenis en tradities
Onderwerpen
Belangrijke personen
Portaal Christendom

De Gutenbergbijbel, de eerste gedrukte Bijbel en het eerste boek dat is vervaardigd met de boekdrukkunst De Bijbel is het heilige boek van het christendom, Het is een van de invloedrijkste boeken ter wereld, het meest verspreide boek ooit en het eerste boek dat werd vervaardigd met de boekdrukkunst,

De Bijbel bestaat uit twee delen: het Oude Testament en het Nieuwe Testament, Deze zijn samengesteld uit theologisch bedoelde verhalen, hymnen, allegorische erotica, parabelen en didactische brieven, Ze werden geschreven of definitief gemaakt in bijna 1.000 jaar tussen de 8e eeuw v.Chr. tot rond het einde van de 1e eeuw,

Sommige tekstdelen van het Oude Testament zijn ouder, maar we weten niet precies hoe oud. Het Oude Testament begint met de schepping van de aarde en de mens door God, Op het verhaal waarin de mens in het paradijs verviel tot zonde, volgt een lange serie verhalen die vooral gaan over de Israëlieten als Gods volk.

Wat is het verschil tussen de Mattheüs en de Johannes Passion?

Het verschil tussen de Johannes en de Matthäus – De Johannes-Passion bestaat uit twee delen die worden omgeven door een openings- en een slotkoor. Daar tussenin speelt het passieverhaal zich af volgens het Evangelie van Johannes. Daarin ligt de nadruk op de persoon Jezus als de zoon van God, een man zonder pijn en verdriet, en als verlosser van de mensheid.

Wat was de relatie tussen Mattheüs en Jezus?

Auteur – Het Evangelie volgens Matteüs vermeldt geen auteur. In de christelijke traditie wordt de apostel Matteüs als auteur beschouwd. Die apostel was een Joodse tollenaar – een belastingontvanger – die een discipel van Jezus Christus werd. De vroegste melding van Matteüs als auteur vinden we bij Eusebius die in zijn kerkgeschiedenis (323 n.Chr.) Papias citeert die meldt dat Matteüs de logia (woorden, spreuken) van de Heer in het Hebreeuws opschreef.

  1. De precieze vertaling en duiding van de melding van Papias levert echter problemen op.
  2. Daarnaast suggereert Papias dat de evangeliën van Marcus en Matteüs onafhankelijk van elkaar tot stand zijn gekomen, iets dat zeker onjuist is.
  3. De consensus onder Bijbelwetenschappers is dat het Matteüs-evangelie geschreven is door een anonieme christen.

Er zijn verschillende redenen om aan te nemen dat het niet de apostel Matteüs was:

  • Ten eerste zou het voor de hand liggen dat de apostel zich zou introduceren, of op zijn minst zou zinspelen op het feit dat hij persoonlijk getuige is geweest van een deel van de in het evangelie beschreven gebeurtenissen.
  • Ten tweede is de auteur van het evangelie goed bekend met het Grieks en met de Hebreeuwse Bijbel, twee dingen die we niet direct van een eenvoudige Joodse overheidsambtenaar verwachten.
  • Ten derde lijkt de theologie van het evangelie meer te passen bij een tweede-generatiechristen dan bij een bekeerling van de eerste generatie.
  • Ten vierde: de meeste onderzoekers gaan ervan uit dat de auteur van Matteüs gebruik heeft gemaakt van het Marcusevangelie. Het is onwaarschijnlijk dat als de auteur van Matteüs een apostel en ooggetuige van het leven van Jezus was, hij gebruik zou maken van de tekst van Marcus, die zelf geen ooggetuige was, laat staan bij het verhaal over Matteüs’ eigen roeping tot discipel.

Men neemt tegenwoordig meestal aan dat de auteur van Matteüs een Jood moet zijn geweest met een sterke betrokkenheid op de Thora – mogelijk een schriftgeleerde – die zich, na Jezus’ dood, tot het christendom bekeerde.

Welke Johannes schreef openbaring?

Openbaring van Johannes De Apokalyps of Openbaring van Johannes is het laatste boek van de Bijbel. Het gaat over de eindtijdelijke strijd tussen het goede en het kwade. De overwinnaar is Christus, voorgesteld als het Lam Gods. De traditie wijst de apostel en evangelist Sint Jan aan als de auteur.

Apocalyptiek De Apokalyps of Openbaring van Johannes is een moeilijk boek, omdat het behoort tot een letterkundige soort waarmee de moderne lezer niet vertrouwd is. Het is het enige boek van het Nieuwe Testament dat profetisch is, maar dan in het genre van de apokalyptiek of de openbaringsliteratuur in de speciale zin van het woord.

Deze literatuur kwam in het jodendom van de tweede eeuw voor Christus met het boek Daniël tot ontwikkeling en is ook in het vroege christendom beoefend. De meeste van deze geschriften zijn niet opgenomen in de canon van de Heilige Schrift. Visioenen In het algemeen is apocalyptiek te beschouwen als een voortzetting van de oudtestamentische profetie in een tijd dat men niet meer aan het bestaan van echte profeten geloofde.

  1. De schrijvers bedienden zich dan ook van schuilnamen en dekten zich met het gezag van grote figuren uit het verleden zoals Mozes, Ezra, en zelfs Henoch en Adam.
  2. Het is een literatuur voor ingewijden, niet zelden ontstaan in tijden van verdrukking en vervolging zoals het model van het genre, het boek Daniël, en vaak opzettelijk duister en geheimzinnig.

Een geliefkoosd stijlmiddel is het visioen waarvan de zin door een engel wordt vertolkt. Ook wemelen deze boeken van symbolen (getallen, dieren, demonen, sterren enz.) die voor de moderne mens soms niet meer geheel doorzichtig zijn. Bemoediging en vertroosting Ondanks de vaak bizarre vorm is het doel van de schrijvers niet zozeer sensatie als wel bemoediging en vertroosting van de vrome minderheid, die te lijden heeft onder vervolgingen.

  • De apokalypsen bedoelen vooral de goddelijke geheimen of raadsbesluiten te onthullen aangaande het einde van de tijd en de geschiedenis.
  • Zij zien de actuele nood in het licht van het einde.
  • Zij projecteren de eigen tijd tegen het scherm van de voleinding van alles, die God, de enige Heer van mensheid en geschiedenis, tot stand zal brengen en die reeds verborgen bij Hem aanwezig is.
You might be interested:  Hoe Ik Van Mijn Rijangst Af Kwam Boek

Christelijke profeten Dat ook de Apokalyps van Johannes tot het apocalyptische genre behoort is duidelijk. Er is echter een dubbel verschil met de meeste andere apokalypsen. Ten eerste is de schrijver zich bewust te behoren tot de vroegchristelijke profeten, en het Charisma van de Profetie ontvangen te hebben.

Hij noemt zich Johannes en zegt een goddelijke openbaring te hebben gehad tijdens zijn verblijf op het eiland Patmos. Hij voelt zich evenals de profeten van het Oude Testament door God geroepen en spreekt met eigen gezag tot de met name genoemde gemeenten van Asia. Het is dan ook in de tweede plaats waarschijnlijk dat de oud-kerkelijke overlevering terecht meent dat de naam Johannes geen pseudoniem is.

Hiermee stemt overeen dat de Apokalyps ook trekken vertoont van het genre van de briefliteratuur, en dat niet alleen omdat zij de zeven brieven aan de zeven gemeenten bevat, maar ook omdat zij na de apokalyptische inleidingsverzen een echt briefopschrift heeft en eindigt met de hierbij aansluitende gebruikelijke slotwens.

  1. Niettemin overheerst het apokalyptisch karakter sterk, ook in de eerste hoofdstukken.
  2. Apostel en evangelist Johannes Traditioneel wordt de auteur vereenzelvigd met de apostel Johannes, die ook het evangelie en de drie Johannesbrieven geschreven zou hebben.
  3. De oudste overlevering is op dit punt opvallend sterk.

Later zijn er, hoofdzakelijk in het christelijke Oosten, twijfels gerezen aangaande de apostolische oorsprong van dit boek, vooral naar aanleiding van het misbruik dat sommige sekten ervan maakten. Het is waarschijnlijk op het einde van de eerste eeuw na Christus ontstaan in de Romeinse provincie Asia (westelijk Klein-Azië).

  1. Datering Eusebius van Caesarea (ca.275-339), de ?vader van de Kerkgeschiedenis?, plaatst in zijn Kroniek de verbanning van Johannes, die hij overigens onderscheiden acht van de apostel, in het veertiende jaar van keizer Domitianus (94-95), en zijn terugkeer onder keizer Nerva (96-98).
  2. Het is echter mogelijk dat het geschrift ook stukken bevat van oudere datum.

De meeste moderne exegeten achten de schrijver van Apokalyps onderscheiden van de schrijver van het evangelie en/of de brieven van Johannes, onder andere op taalkundige en stilistische gronden en wegens grote verschillen in mentaliteit en theologische ideeën (al zijn er wat dit laatste betreft ook punten van overeenkomst te signaleren).

Geestelijk verzet De Apokalyps van Johannes is geschreven met de duidelijke bedoeling de gelovigen van Asia, de stedenrijkste provincie van het Rijk en ook het belangrijkste gebied van de toenmalige christenheid, te sterken en aan te sporen tot standvastigheid in de dreigende vervolging. Ook deze apokalyps is een document van geestelijk verzet, een boek van kracht en troost voor de kerk der martelaren.

Reeds had in 64 de uitbarsting onder Nero te Rome plaatsgehad. Antipas, de ?trouwe getuige?, was al ter dood gebracht en onder Domitianus waren tegen sommige christenen strafmaatregelen genomen. Maar de eigenlijke, systematische christenvervolging lag nog in de toekomst.

Antichristelijk Rome Johannes heeft de antichristelijke tendentie die school in het Romeinse Rijk met zijn toenemend staatsabsolutisme en zijn vooral in Klein-Azië welig tierende keizercultus, onderkend en de komende, onvermijdelijke strijd van ?Babylon? tegen de Bruid van het Lam voorspeld. Op de wijze van de apokalyptische ziener beschouwt hij dit conflict tussen Rome en de Kerk in zijn diepste wezen en naar zijn uiteindelijke, eschatologische betekenis als het grote conflict tussen God en de antigoddelijke, satanische macht, waarvan de uitslag voor de gelovige niet twijfelachtig kan zijn.

Dit betekent dat wat in de Apokalyps concreet is, eigentijds is en dat de toekomst alleen symbolisch en volgens de conventies van het genre wordt weergegeven. Het betekent ook dat men in dat boek geen concrete voorspellingen mag zoeken omtrent de geschiedenis van de kerk en allerminst chronologische gegevens.

Symbolisch In het algemeen moet men de visioenen van de Apokalyps niet letterlijk, maar symbolisch trachten te verstaan. Om hun zin te achterhalen is een gedegen kennis van het Oude Testament, door de schrijver voortdurend met groot meesterschap benut, onontbeerlijk. Beroemde beelden De Apokalyps van Johannes bevat beelden die zeer beroemd zijn geworden.

Voorbeelden: de aanbidding van het Lam Gods; de 144 uitverkorenen voor de troon van God; het verbreken van de zeven zegels; een draak bedreigt de Vrouw, ?bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd; 666, het getal van het Beest; het Laatste Oordeel; het Nieuwe Jeruzalem.

Wat is het zevende boek in de brieven van Paulus?

Authentieke brieven van Paulus – De brieven van Paulus zijn gelegenheidsgeschriften. Ze zijn bestemd voor een specifieke groep geadresseerden, meestal een christelijke gemeente in een bepaalde stad. Ze hebben een duidelijke aanleiding. Van een aantal nieuwtestamentische brieven wordt algemeen aanvaard dat ze door Paulus geschreven zijn.

Hoe heette Paulus eerst?

Paulus heette oorspronkelijk Saulus (Σαυλος, Saulos; de vergriekste vorm van de Hebreeuwse naam Saul). Hij werd geboren in Tarsus (Cilicië) en was Romeins burger.

Wat is de echte geboortedatum van Jezus?

De Bijbelse Jezus is 2 jaar jonger dan de historische Jezus. Hij is niet op 25 december in het jaar 0 geboren, maar op 17 juni in 2 voor Christus.

Wat voor geloof heeft Jezus?

Het Teken – nr 7, Januari 1996 – Jezus de jood. Een zoon van zijn volk – Tijdschriften Bladzijde: 209 Trefwoorden: “In de loop van de geschiedenis hebben christenen vaak vergeten dat Jezus van Nazaret een jood was.” De auteur is exegeet Een zoon van zijn volk Jezus de jood Ooit zag ik een foto van een weg ergens in een Beiers landschap met langs die weg een kruisbeeld.

  1. Aan een boom naast het kruis was een bord aangebracht met de nazi tekst: ‘luden unerwünscht’ ‘Joden ongewenst’.
  2. Of de foto een echt document was van de nazi waanzin of geënsceneerd was om deze waanzin aan de kaak te stellen, weet ik niet maar een cynischer en meer vervreemdend beeld van Jezus is moeilijk denkbaar.

In de loop van de geschiedenis hebben christenen vaak vergeten dat Jezus van Nazaret een jood was. Dit paste volgens sommigen niet in het triomfantelijk beeld dat de heersende kerk van zichzelf had. Men ging ervan uit dat de kerk in de plaats van Israël was gekomen en het jodendom geen blijvende betekenis meer had na de komst van Christus.

  • Christenen verloochenden liever hun herkomst en zagen de kerk liever als de stam en niet als het twijgje dat op de stam van het jodendom was geënt, zoals de apostel Paulus het uitdrukte.
  • Onder de pogingen Jezus los te maken van het jodendom was de meest radicale en onzinnige die van het nationaal socialisme van Hitler en de zijnen.

Voor hen kon Jezus geen jood zijn en zij ondernamen pogingen om hem tot een vertegenwoordiger van het arische ras te maken. De nazi’s konden echter aansluiten bij min of meer verholen stromingen van antisemitisch denken binnen het christendom. De holocaust met zijn miljoenen joodse slachtoffers in de concentratiekampen heeft christenen opnieuw de ogen geopend voor het feit dat de grondlegger van hun geloof, Jezus, zelf jood was.

Het moderne onderzoek naar de historische Jezus heeft, bij alle onderlinge verschillen, gemeen dat het Jezus van Nazaret probeert terug te plaatsen in de joodse wereld van de eerste eeuw, met al de sociale, economische en religieuze eigenaardigheden van die tijd. En ieder is het erover eens: Jezus was jood in hart en nieren.

Het is goed dat te benadrukken. Hij was niet enkel jood door geboorte en opvoeding, maar hij bleef een jood, heel zijn leven. Zijn Schrift was de joodse bijbel. Hij had niet de bedoeling een nieuwe godsdienst te stichten, maar zag zichzelf op de eerste plaats als iemand met een bijzondere zending voor de joden.

Hij sprak als een jood tot andere joden. Zijn eerste volgelingen waren joden. Alle schrijvers van de nieuwtestamentische boeken (de auteur van het Lukas-evangelie en de Handelingen van de Apostelen misschien uitgezonderd) waren joden. Aan dit onderzoek naar de historische Jezus zijn de laatste decennia ook joodse deskundigen gaan meedoen.

Door hun kennis van de joodse achtergrond in de nieuwtestamentische geschriften spelen ze hierbij een belangrijke rol. Men hoort wel eens zeggen dat men van joodse zijde bezig is met de ‘Heimholung’ van Jezus, met het thuisbrengen of repatriëren van Jezus.

Joden kregen oog voor de uitzonderlijke betekenis van deze zoon van hun volk. Zo ziet Martin Buber Jezus als zijn ‘grote broer’ en spreekt David Flusser over ‘het religieus genie Jezus’, wiens grootheid door de christenen nooit werkelijk is begrepen. In elk geval wordt uit al de historische studies steeds duidelijker dat Jezus een zoon van het oude volk Israël was en blijft.

De uitspraak’ Jezus was geen christen, maar een jood’ (J. Wellhausen) krijgt hierdoor steeds steviger fundamenten. Geen christen ‘Exegeten moeten soms constateren, dat mensen geschokt zijn als je zegt, dat Jezus een jood was. Een Zwitserse theologe vertelt dat eens een vrome kloosterzuster reageerde met: ‘Maar de heilige Jozef was toch in elk geval katholiek!’ (G.

Bouman). Deze schok komt niet voort uit een verborgen antisemitisch gevoel, maar meer uit de vrome, onkritische voorstelling die veel christenen vanuit prediking en onderricht zich van Jezus eigen maakten. Onbewust plaatste men Jezus binnen de eigen tijd en leefsituatie en zag hem als een tijdgenoot, die deel uitmaakte van de christelijke leefwereld.

Ongeveer zoals vroegere schilders bepaalde bijbelse taferelen dichtbij plaatsten, in hun eigen Italiaanse of Vlaamse wereld. Waarschijnlijk gingen de meesten daarbij niet zover als de Ierse predikant, die het klaarkreeg om gedurende de meimaand te preken over het bruidje Maria, dat haar eerste communie deed.

Het anderszijn, met name het jood-zijn van figuren als Maria en Jezus realiseerde men zich nauwelijks. Jezus was echter een kind van zijn tijd en van zijn volk. Hij groeide op met de joodse bijbel en binnen heel bepaalde joods­religieuze tradities, waarbij zijn Galilese afkomst mogelijk aan zijn opvattingen nog eens een bijzondere kleur gaf.

In zijn boek: ‘Jezus, de nabije onbekende’ formuleert W. Feneberg de dingen die Jezus met ons christenen gemeen heeft, als volgt: ‘Jezus ging naar het Godshuis, hij deed zijn dagelijkse gebeden en was vroom; hij had God lief en zag Hem als zijn Vader, hij vierde de dag des Heren met grote zorg en liefde en verheugde zich op de grote feesten van het jaar; hij had alle mensen lief en riep daarom alle mensen zonder uitzondering op, zijn leerlingen te worden.’ In dit alles kunnen we ons met hem identificeren.

Maar hij was ook anders dan wij. Met de woorden van Feneberg: ‘Jezus ging niet naar de kerk, maar naar de synagoge, Hij bad niet dagelijks het Onze Vader en het Wees Gegroet, maar tweemaal per dag het Sjema en driemaal het Achttiengebed en het Kaddisj. Hij droeg geen toog of pij, maar de tefilim en de gebedsdoek; hij ging niet op zondag, maar op zaterdag of op vrijdagavond naar de synagoge; hij had thuis geen kruis hangen en geen Mariabeeld, maar gebedsriemen, een sabbatlamp en andere benodigdheden voor de viering van de sabbat; hij vierde niet Pasen, Pinksteren, Allerzielen en Kerstmis, maar de joodse feesten; hij heeft geen enkele heiden tot zijn leerling gemaakt, maar als gewone, tegenwoordig zou men zeggen orthodoxe, en opgeruimde jood geleefd, vreugde ondervonden en leed gedragen.

Hij was werkelijk anders dan wij.’ Jezus de jood ‘Wie Jezus Christus ontmoet, ontmoet het jodendom’, schreven de Duitse bisschoppen in 1980. ‘Rabbi Jesjua ben Josef’ (rabbi Jezus, zoon van Jozef) wordt Jezus soms door zijn volksgenoten genoemd in het Hebreeuws, op de manier waarop men gewoon was rabbis aan te duiden.

Daarmee wordt onderstreept dat Jezus een zoon van Israël was, die leefde binnen het sociale en religieuze decor van het oude Palestina. Als we willen spreken over Jezus als ‘waarlijk mens’, als een van ons, dan moeten we beseffen dat je alleen maar mens kunt zijn binnen een heel concrete situatie en cultuur.

Als ieder mensenkind moest Jezus leren leven in deze wereld, hij moest menselijke gedragsregels en omgangsvormen leren kennen, hij moest ook leren geloven en bidden en dat alles in een heel concrete omgeving. Jezus is opgegroeid binnen de religieuze traditie van zijn volk.

Hij heeft de naam van God leren spellen op de wijze waarop Joden dat deden, vanuit de Schriften. Hij leefde, zoals iedere rechtgeaarde jood uit de eerste helft van de eerste eeuw, met in zijn hart en hoofd de herinnering aan aartsvaders, wijzen en profeten. Niets joods was hem vreemd. Hij heeft zijn eigen identiteit en bestemming moeten ontdekken door in en met die joodse gemeenschap te lezen in de Wet, de Profeten en de Geschriften.

Jezus heeft in die oude woorden zijn eigen weg afgetast en vermoed. ‘Jezus put uit een traditie van eeuwen. Zijn gedachten, zijn droombeelden en denkbeelden, hij schiep ze niet uit het niets, hij diepte ze op uit de schatkamers van zijn volk. Hij las ze bijeen uit de Wet en de Profeten en de Geschriften.

Hij liet ze zich aanreiken door Abraham, Isaak en Jakob. Hij ontving ze dankbaar uit de handen van Mozes en Jozua, van David en Jeremia. Hij liet zich gezeggen door Mirjam en Ruth. En het kan ook niet anders of hij heeft als kind goed geluisterd naar de woorden die Maria bewaard had in haar hart en hij heeft stellig ook goed gekeken naar de werken van haar handen.

En Johannes die Doper die sprinkhanen at, gaf hem ook te denken. En die ontleende weer van alles aan Elia, zijn sprinkhanen etende verre voorganger’ (Nico ter Linden). Joodse wortels Jezus was en bleef heel zijn leven een jood. Hij is niet op een zeker moment tot een ander geloof overgegaan.

  • Evenmin als de apostel Paulus op de weg naar Damascus zich van jood tot christen ‘bekeerde’ en tot een andere geloofsgemeenschap ging behoren, is er bij Jezus sprake geweest van een ‘omkeer’.
  • Beide werden niet bekeerd, maar ‘geroepen’ tot een bijzondere profetische taak.
  • Jezus voor zijn eigen joodse volk, Paulus vooral voor de heidenvolken om hen te doen delen in het verbond tussen God en zijn volk.

– Jezus is en blijft jood in de manier waarop hij over God denkt en spreekt: zijn God is de god van Abraham, Isaak en Jakob, de god van het joodse volk. – Jezus houdt de tempel van Jeruzalem in ere als ‘huis van zijn Vader’ en ‘huis van gebed’, waar hij geregeld onderricht geeft, ook al heeft hij kritiek op bepaalde toestanden en kan hij over zichzelf zeggen: ‘Meer dan de tempel is hier’ (Mt.12,6).

Jezus’ jood-zijn blijkt uit zijn houding tegenover de joodse tora : ‘Denk niet dat ik gekomen ben om de wet of de profeten af te breken. Ik ben niet gekomen om af te breken, maar om te vervullen’ (Mt.5,11). Jezus komt niet de tora vervangen, maar doen. Hij geeft wel zijn eigen interpretatie en toepassing van de tora, maar dat deden joodse schriftgeleerden en leraren ook.

Bij Jezus gaat het om het doen, het vervullen van de wet, wat helemaal joods is. Al is zijn kritiek op bepaalde joodse praktijken ongezouten, hij blijft daarmee binnen de traditie van Israëls profeten, die ook geen blad voor de mond namen en mistoestanden ongenadig konden kritiseren.

  • Wel plaatst hij tegenover de farizese last van de wetsverplichtingen nadrukkelijk barmhartigheid en liefde, het licht juk.
  • Men mag ook veronderstellen dat Je­zus de sabbat onderhield.
  • Ondanks de conflicten die hij volgens de evangelies met de schriftgeleerden had over de sabbatviering, was hij ook op dit punt trouw aan de leer van de tora.

Wanneer Jezus op sabbat zieken geneest, dan doet hij dat juist om te zorgen dat deze mensen van de sabbat kunnen genieten (vgl. Mk.3,4). – De joodse boeken, door ons het Oude Testament genoemd, vormen voor Jezus ‘de heilige Schrift’. Zij is voor hem gezagvol en vanuit haar argumenteert hij vaak.

  • De dekaloog is voor hem een vanzelfsprekende norm, al concentreert hij zich sterk op het dubbel gebod van de liefde tot God en de naasten.
  • Al de titels waarmee Jezus wordt aangeduid, stammen uit de Schriften van zijn volk of uit de joodse traditie.
  • Te beginnen met zijn naam Jesjua (= God is redding, vergelijk Jozua), en de benaming ‘Christus’ (= gezalfde, messias) zijn al de woorden, waarmee hij wordt aangeduid, door en door joods: mensenzoon, heer, rabbi, zoon van David, meester, profeet, knecht van God, herder enz.

– De belangrijkste ideeën en begrippen van zijn onderricht zijn joods. Jezus spreekt over: rijk Gods, de Allerhoogste, de Heilige, Abba, Heer van hemel en aarde, bekering, loon, schatten in de hemel, het breken van het brood en tientallen andere zegswijzen die alleen maar vanuit het jodendom te begrijpen zijn.

  1. ‘Het heil komt uit de joden, zegt het Johannes-evangelie (Joh.4,22), omdat de heilbrenger Jezus uit het jodendom kwam.
  2. Dat moet men zich voortdurend bewust blijven, of het de christenen bevalt of niet.
  3. De ‘ariër’ Jezus heeft nooit bestaan.
  4. Jezus was een jood, en hij zou geen messias zijn wanneer hij geen jood was geweest.

Aan de rechterhand van de Vader zit niet zomaar iemand, maar ‘de eeuwige jood’ Jezus van Nazaret. Zo is Jezus de blijvende ‘glorie voor zijn volk Israël’ (Lk.2,32). Uit hen, de joden, immers ‘stamt de Christus naar het vlees’ (Rom.9,5). De christen mag de jood de vraag stellen: Zal Israël ooit nog een beter iemand dan Jezus van Nazaret voortbrengen?’ (F.

Mussner). Jezus was een jood en niet de eerste christen, maar hij was meer dan zomaar een jood binnen zijn generatie. Was Jezus alleen maar jood was hij ook jood of was hij misschien anti-joods? Houdt het feit dat Jezus voelde, dacht en handelde als een joodse man uit de eerste eeuw in, dat hij binnen die joodse context bleef of barstte hij uit dit kader? Bleef Jezus binnen aanvaardbare grenzen van het jodendom of over schreed hij deze, zoals de evangelies lijken te suggereren? Was hij binnen het jodendom misschien een randfiguur die niet paste in de matrijs van de joodse levenswijze, ook al kon hij niet anders dan werken binnen de bestaande conventies van zijn tijd? Of stond hij als vrome jood in het centrum van het jodendom? Wat was zijn eigenheid? Deze vragen zijn niet gemakkelijk te beantwoorden.

In het onderzoek naar de historische Jezus heeft men soms beweerd dat wij overal, waar Jezus afwijkt van het beeld van het ons bekende jodendom, niet de echte Jezus ontmoeten. Men zei bijvoorbeeld: ‘Dat kan Jezus als jood onmogelijk gezegd hebben!’ En vervolgens bestempelde men die bewuste woorden van Jezus als onecht, als latere christelijke vervorming of interpretatie.

Men moet echter rekening houden met Jezus’ originaliteit. Men kan niet zomaar bepaalde gedeelten van de evangelies als onhistorisch bestempelen, omdat wij ze niet goed kunnen combineren met ons beeld van het jodendom. Van de andere kant kan men ook niet zeggen: Overal waar Jezus zich origineel toont en zich onderscheidt van de joodse opvattingen en praktijken, daar komen we de historische Jezus tegen.

Voorzichtigheid blijft hier geboden en een nauwkeurig onderzoek is telkens nodig. Toch zijn er in Jezus’ gedrag en woorden met voldoende zekerheid dingen aan te wijzen, waarin zijn eigen stijl en originaliteit naar voren komt. Een nieuwe leer? Voor verreweg de meeste joden is Jezus een van de vele joodse leraren en een van de vele joodse slachtoffers van onderdrukking.

Voor christenen is Jezus dat ook, maar tegelijk meer. Hij is de gezaghebbende uitlegger van de tora, en zijn dood is niet zomaar de dood van een slachtoffer of martelaar, maar heeft een ongewone betekenis, omdat zijn dood te maken heeft met zijn bijzondere pretenties. Waarin bestond Jezus’ originaliteit? Allereerst moet worden opgemerkt dat Jezus’ leer een bijzondere indruk maakte.

De leraar Jezus genoot een bijzonder gezag, dat hij niet ontleende aan een rabbijnse opleiding of een speciale theologische scholing. Zijn toehoorders waren geestdriftig omdat Hij onderrichtte als iemand met gezag en niet als de schriftgeleerden (Mk.1,22).

  1. Jezus durfde zelfs te zeggen: ‘Neemt mijn juk op en kom bij mij in de leer’.
  2. Dit houdt in dat zijn juk verschilde van dat van schriftgeleerden en farizeeën: ‘Mijn juk is zacht en mijn last is licht’ (Mt.11,28-30).
  3. Jezus blijft in zijn onderricht en handelen over het algemeen binnen de normen van het jodendom, al staat hij soms op gespannen voet hiermee.

Op één punt kan men zich echter afvragen of hij de grenzen niet overschrijdt. Dat is in zaken die met de joodse rituele reinheid te maken hebben. Hij komt in nauw contact met melaatsen, die volgens de wet onrein waren en gemeden moesten worden. We kennen zijn radicale uitspraak: ‘Niets wat van buiten af in de mens komt, kan hem onrein maken.

You might be interested:  Wat Is Een Hoofdgedachte Van Een Boek

Maar wat uit de mens komt, dat maakt hem onrein’ (Mk.7,15). Wil Je­zus met deze krasse woorden alleen maar onderstrepen dat het gebod van de liefde voorrang heeft op de reinheidsvoorschriften of worden die regels principieel afgeschaft? In het laatste geval overschrijdt hij duidelijk de grenzen van wat volgens joden kan en lijkt hij zelfs kritiek te hebben op bepaalde onderdelen van de tora.

Omdat deze reinheidsbepalingen vooral ook te maken hadden met eten en drinken, vormden zij een grote barrière in het contact tussen joden en heidenen. Jezus wekt de indruk door deze uitspraak die barrière op te ruimen en de weg naar de heidenen te openen.

Zo heeft de oerkerk in elk geval zijn woorden verstaan. Misschien mag Jezus zich persoonlijk gehouden hebben aan de voorschriften inzake rituele reinheid, zijn principiële standpunt was veel ruimer. Wat Jezus op andere punten leerde is allemaal wel ergens te vinden in de schatkamer van het jodendom, maar hij weet het op te diepen en het te brengen in een nieuwe synthese.

Jezus’ genia­le werk is dat hij de vernieuwingstendenzen die in zijn tijd al leefden, samenvat, uitwerkt en ze enkele sterke, vooral sociale accenten meegeeft, zo zegt de joodse specialist David Flusser. De geleefde tora Voor elke zin van de bergrede bijvoorbeeld is het in principe mogelijk in de talrijke joodse geschriften wel ergens een parallelle uitspraak te vinden, maar je moet eerst het evangelie vóór je hebben om dat daadwerkelijk te kunnen.

Zij zijn verspreid over veel leraren, terwijl in het evangelie al die uitspraken door Jezus zijn samengebracht in een oorspronkelijke samenhang. De rijke joodse traditie in zijn meest intense en humane vorm wordt gepersonifieerd in Jezus. In hem krijgt ze een gezicht en handen en voeten. ‘De joodse overlevering vormde de steengroeve.

De grootheid van de architect (Jezus) blijkt uit het feit dat hij uit dit ruwe materiaal zijn eigen leergebouw oprichtte’ (P. Lapide). Nico ter Linden omschrijft dit aldus: ‘De originaliteit zit ‘m er niet zozeer in dat hij iets uit het niets gemaakt zou hebben, zijn originaliteit zit ‘m veeleer in zijn gehele eigen keuze van de woorden die opgeschreven staan, in zijn hartstocht voor de waarden die Israël (met Gods hulp, zo vermoeden gelovigen) in de loop der eeuwen bijeengesprokkeld heeft.

  • Jezus is zo onvergetelijk omdat hij zo oorspronkelijk is in de dappere doordenking en radicalisering van het voorhanden materiaal.
  • Jezus werkt zo aanstekelijk doordat hij de heilige onbezorgdheid, zo schoon bezongen in de liederen van zijn volk, opnieuw gestalte gaf en zo zijn weg is gegaan, mild, in een zeldzame vrijheid, met ontferming bewogen, met gein en godsvertrouwen en in een niet aflatende liefde voor de mensen, tot de dood erop volgde’.

En wanneer Jezus in het Johannes-evangelie zegt: ‘Een nieuw gebod geef ik jullie: dat je elkaar liefhebt’ (Joh.13,34), wil dit niet zeggen dat hij iets nieuws leert, dat nooit eerder is gehoord, maar bedoelt hij dat hij dit gebod een nieuwe inhoud geeft.

Het oude gebod wordt nieuw door de manier waarop hij het invult en in praktijk brengt. Jezus belichaamt Gods woord, de tora, in levende lijve. Hij is ‘de wandelende tora’, het vlees geworden Woord van God. Jezus’ unieke plaats Een kenmerk van Jezus is verder dat men hem bij geen van de joodse stromingen of bewegingen uit die tijd kan onderbrengen.

Ofschoon hij bepaalde overeenkomsten vertoont met opvattingen die leefden binnen de verschillende toenmalige joodse groeperingen, uitgezonderd die van de priesterlijke tempelhiërarchie, de sadduceeën, is hij met deze groeperingen niet te vereenzelvigen.

Je kunt hem niet in een be­paalde partij onderbrengen, noch bij de farizeeën, noch bij de essenen, en evenmin bij de zeloten of de volgelingen van Johannes de Doper. Telkens springt hij eruit. Men heeft Jezus willen rangschikken onder de charismatische wonderdoeners, die tijdens de eerste eeuw in het jodendom optraden.

Hij vertoont meerdere overeenkomsten met deze chassidische vromen. Maar ook in vergelijking met deze wonderdoeners is hij anders. Hij overstijgt de grenzen van elke groepering en categorie. Wat Jezus echter vooral uniek maakt, is zijn soevereine volmacht, het bijzonder gezag dat hij zichzelf toekent,

Soms getuigen zijn woorden en daden van aanspraken, vaak zijn messiaans bewustzijn genoemd, die in het jodendom hun gelijke niet hebben. Hij is de enige ons bekende jood uit de oudheid die niet enkel verkondigd heeft dat men aan de rand van de eindtijd stond, maar tegelijk ook dat de nieuwe heilstijd reeds begonnen was.

Het type joodse messiasverwachting dat Jezus ontwikkeld en verkondigd heeft, is van een geheel eigen soort en ligt tegelijk toch helemaal ingebed in het denken van zijn volk. Die ongehoorde aanspraken maken het dat Jezus voor een joods gevoel toch buiten het kader van het doorsnee jodendom valt.

Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer Jezus durft te zeggen: ‘Je zonden zijn je vergeven’ (vgl. Mk.2,5 en Lk.7,47). Volgens de joden kan immers alleen God zonden vergeven en dat vond alleen plaats bij de offers in de tempel of op Grote Verzoendag. Dat bijzondere van Jezus komt uiteindelijk voort uit het mysterieus contact dat de profeet uit Galilea heeft met zijn God, uit zijn unieke verhouding met zijn hemelse Vader, die hij op een eigen, innige wijze met ‘abba’, papa, aanspreekt.

‘In de jood Jezus komt iets totaal nieuws naar voren, dat niettemin toch joods blijft, maar niet terug te voeren is tot de voorafgaande joodse traditie. De tendens om op de messianiteit van Jezus kritiek uit te oefenen vanuit de voorafgaande joodse traditie of vanuit de latere joodse traditie.

ontkracht vaak Jezus’ eigenheid’ (E. Schillebeeckx). Men kan bij Jezus niet eenvoudigweg alles wat boven de maaigrens van het doorsnee jodendom uitsteekt, afdoen als onbestaanbaar of onhistorisch. Jodendom en christendom De sterkere bewustwording van het vanzelfsprekende feit dat Jezus een jood was uit het begin van onze jaartelling, heeft belangrijke consequenties.

Het betekent dat we Jezus niet langer kunnen plaatsen tegenover zoiets vaags als ‘het gewone jodendom’. Het jodendom kende een grote verscheidenheid van opvattingen en een pluriformiteit aan religieuze praktijken. Men kan Jezus dus niet meer zien als iemand die de leer van liefde en barmhartigheid stelde tegenover een hecht joods blok van legalisme en formalisme.

Daarmee is niet gezegd dat Jezus geen kritiek zou hebben op bepaalde praktijken of niet afweek van de gangbare opvattingen, maar wel dat hij verstaan moet worden binnen de rijke diversiteit, die er in het jodendom bestond. Hoe men Jezus verder ook moet omschrijven: als een vrome, orthodoxe en vrij traditionele jood of als een marginale jood (de meningen hierover lopen nogal uiteen), hij reageerde op de bonte wereld rondom hem.

Jezus was voor zijn tijdgenoten een ‘begrijpelijk’ en ‘menselijk’ iemand die paste binnen hun leefwereld en niet iemand die overkwam als een wezen van een andere planeet. Wil men de figuur van Jezus werkelijk begrijpen, dan moet men steeds doordrongen blijven van het feit dat hij met zijn navelstreng verbonden is met het jodendom.

  1. Daarmee is dan ook gezegd dat de oudtestamentische en joodse wortels van het christendom niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden.
  2. Zouden we die willen vergeten, dan zagen we de tak door waarop wij, christenen, zitten.
  3. Het is pas na het jaar 70, na de val van Jeruzalem met de verwoesting van de tempel, dat het christendom definitief losraakt van het jodendom.

Voordien kon het christendom nog gezien worden als een variant van het joodse geloof, als een apokalyptische sekte binnen het jodendom. Sindsdien gaan beide hun eigen gang en maken een uiteenlopende ontwikkeling door. Het jodendom wordt een synagogale godsdienst, geleid door rabbijnen.

  1. Nu de offercultus in de tempel is weggevallen wordt het jodendom helemaal de godsdienst van het boek.
  2. Het christendom wordt de religie voor mensen uit het heidendom.
  3. Vóór de catastrofe van het jaar 70 kon Paulus het christendom nog zien als een twijg, geënt op de stam van Israël: een loot van een wilde olijfboom, geënt op de veredelde olijfboom Israël en zodoende profiterend van het sap van de edele stam (vergelijk Rom.11,17).

Na deze datum worden jodendom en christendom veelmeer twee stromen, wel ontsproten aan één bron, maar ieder met zijn eigen bedding. Of misschien is de vergelijking van de ene moeder met twee dochters nog beter: beide zijn ‘dochters van Rebecca’ (A. Segal).

  • Dit beeld staat dichter bij de werkelijkheid van een familieverhouding, waar spanningen soms tot ontlading komen en relaties kunnen vertroebelen.
  • Onderlinge banden ‘Het christendom is ontstaan binnen het jodendom en dus is het voor christenen onvermijdelijk zich te bezinnen op hun joodse wortels.
  • Het christendom kan niet bestaan buiten het jodendom om, maar het omgekeerde kan wél’ (Leo Bakker).

In de latere geschiedenis is het christendom zich gaan beschouwen als ‘het nieuwe en ware Israël’ en het lijden van de joden als de straf voor de verwerping van de Messias. Dat had vaak vervolging of discriminatie van joden tot gevolg. Dit is de donkere zijde van de familierelatie.

Aan de positieve kant staat het feit dat de christelijke verkondigers aan niet-joden in de verste uithoeken van de wereld de God van Israël bekend hebben gemaakt. Toen de evangelieverkondigers uitzwermden over de wereld, reisden in hun bagage de oude verhalen van Israël mee. Dat was geen spontane inval van Jezus’ volgelingen, maar zij konden niet anders omdat Jezus (en de eerste leerlingen) waren gevoed en gevormd door die oude verhalen.

Zo is de schat van het joodse erfgoed, Abrahams zegen, door Jezus’ volgelingen vertaald en de hele mensenwereld binnengebracht. De verhouding van ons christenen met de joden beschouwend, kan Nico ter Linden concluderen: ‘Alles wat Israël de wereld gegeven heeft vinden we in Jezus verpersoonlijkt, daar houd ik het maar op.

Het hoogste en diepste dat God ons in Abraham schonk, zie ik in hem vlees en bloed geworden. En verder verheug ik me maar liever in wat ons bindt dan dat ik me druk maak over wat ons scheidt. Om maar ‘s wat te noemen: mét Israël mogen wij in de opstanding geloven. Mét de farizeeën geloofde Jezus daar ook al in.

En zijn wij met het oude volk ook niet één in onze verwachting van het messiaanse rijk?’ Ronald THIJSSEN C.P. Nog geen reacties op dit artikel. : Het Teken – nr 7, Januari 1996 – Jezus de jood. Een zoon van zijn volk – Tijdschriften

Wie hebben de vier evangeliën geschreven?

Hoe herken je de vier evangelisten? Marcus, Lucas, Johannes en Matteüs beschreven het levensverhaal van Jezus in de vier evangeliën. De evangelisten zijn misschien wel de meest afgebeelde heiligen in de kunstgeschiedenis. Je kan geen Rooms-Katholieke kerk binnenlopen zonder ze ergens tegen te komen.

Hoe herken je de evangelisten bij jouw volgende kerkbezoek? De kern van het Nieuwe Testament bestaat uit de vier evangeliën die werden geschreven door Johannes, Lucas, Marcus en Matteüs. Ze hadden het leven van Jezus van dichtbij meegemaakt en hebben de belangrijkste verhalen op schrift gezet. Johannes en Matteüs waren twee van van Jezus.

Over de precieze identiteit van Marcus en Lucas is veel discussie, maar duidelijk is dat zij in de tijd van Jezus geleefd moeten hebben.

Wie schreef de tekst van de Johannes Passion?

Bach schreef de Johannes-Passion in 1724 in drie maanden tijd.

Welke Johannes heeft Openbaring geschreven?

Openbaring van Johannes De Apokalyps of Openbaring van Johannes is het laatste boek van de Bijbel. Het gaat over de eindtijdelijke strijd tussen het goede en het kwade. De overwinnaar is Christus, voorgesteld als het Lam Gods. De traditie wijst de apostel en evangelist Sint Jan aan als de auteur.

Apocalyptiek De Apokalyps of Openbaring van Johannes is een moeilijk boek, omdat het behoort tot een letterkundige soort waarmee de moderne lezer niet vertrouwd is. Het is het enige boek van het Nieuwe Testament dat profetisch is, maar dan in het genre van de apokalyptiek of de openbaringsliteratuur in de speciale zin van het woord.

Deze literatuur kwam in het jodendom van de tweede eeuw voor Christus met het boek Daniël tot ontwikkeling en is ook in het vroege christendom beoefend. De meeste van deze geschriften zijn niet opgenomen in de canon van de Heilige Schrift. Visioenen In het algemeen is apocalyptiek te beschouwen als een voortzetting van de oudtestamentische profetie in een tijd dat men niet meer aan het bestaan van echte profeten geloofde.

De schrijvers bedienden zich dan ook van schuilnamen en dekten zich met het gezag van grote figuren uit het verleden zoals Mozes, Ezra, en zelfs Henoch en Adam. Het is een literatuur voor ingewijden, niet zelden ontstaan in tijden van verdrukking en vervolging zoals het model van het genre, het boek Daniël, en vaak opzettelijk duister en geheimzinnig.

Een geliefkoosd stijlmiddel is het visioen waarvan de zin door een engel wordt vertolkt. Ook wemelen deze boeken van symbolen (getallen, dieren, demonen, sterren enz.) die voor de moderne mens soms niet meer geheel doorzichtig zijn. Bemoediging en vertroosting Ondanks de vaak bizarre vorm is het doel van de schrijvers niet zozeer sensatie als wel bemoediging en vertroosting van de vrome minderheid, die te lijden heeft onder vervolgingen.

  1. De apokalypsen bedoelen vooral de goddelijke geheimen of raadsbesluiten te onthullen aangaande het einde van de tijd en de geschiedenis.
  2. Zij zien de actuele nood in het licht van het einde.
  3. Zij projecteren de eigen tijd tegen het scherm van de voleinding van alles, die God, de enige Heer van mensheid en geschiedenis, tot stand zal brengen en die reeds verborgen bij Hem aanwezig is.

Christelijke profeten Dat ook de Apokalyps van Johannes tot het apocalyptische genre behoort is duidelijk. Er is echter een dubbel verschil met de meeste andere apokalypsen. Ten eerste is de schrijver zich bewust te behoren tot de vroegchristelijke profeten, en het Charisma van de Profetie ontvangen te hebben.

Hij noemt zich Johannes en zegt een goddelijke openbaring te hebben gehad tijdens zijn verblijf op het eiland Patmos. Hij voelt zich evenals de profeten van het Oude Testament door God geroepen en spreekt met eigen gezag tot de met name genoemde gemeenten van Asia. Het is dan ook in de tweede plaats waarschijnlijk dat de oud-kerkelijke overlevering terecht meent dat de naam Johannes geen pseudoniem is.

Hiermee stemt overeen dat de Apokalyps ook trekken vertoont van het genre van de briefliteratuur, en dat niet alleen omdat zij de zeven brieven aan de zeven gemeenten bevat, maar ook omdat zij na de apokalyptische inleidingsverzen een echt briefopschrift heeft en eindigt met de hierbij aansluitende gebruikelijke slotwens.

Niettemin overheerst het apokalyptisch karakter sterk, ook in de eerste hoofdstukken. Apostel en evangelist Johannes Traditioneel wordt de auteur vereenzelvigd met de apostel Johannes, die ook het evangelie en de drie Johannesbrieven geschreven zou hebben. De oudste overlevering is op dit punt opvallend sterk.

Later zijn er, hoofdzakelijk in het christelijke Oosten, twijfels gerezen aangaande de apostolische oorsprong van dit boek, vooral naar aanleiding van het misbruik dat sommige sekten ervan maakten. Het is waarschijnlijk op het einde van de eerste eeuw na Christus ontstaan in de Romeinse provincie Asia (westelijk Klein-Azië).

  1. Datering Eusebius van Caesarea (ca.275-339), de ?vader van de Kerkgeschiedenis?, plaatst in zijn Kroniek de verbanning van Johannes, die hij overigens onderscheiden acht van de apostel, in het veertiende jaar van keizer Domitianus (94-95), en zijn terugkeer onder keizer Nerva (96-98).
  2. Het is echter mogelijk dat het geschrift ook stukken bevat van oudere datum.

De meeste moderne exegeten achten de schrijver van Apokalyps onderscheiden van de schrijver van het evangelie en/of de brieven van Johannes, onder andere op taalkundige en stilistische gronden en wegens grote verschillen in mentaliteit en theologische ideeën (al zijn er wat dit laatste betreft ook punten van overeenkomst te signaleren).

  1. Geestelijk verzet De Apokalyps van Johannes is geschreven met de duidelijke bedoeling de gelovigen van Asia, de stedenrijkste provincie van het Rijk en ook het belangrijkste gebied van de toenmalige christenheid, te sterken en aan te sporen tot standvastigheid in de dreigende vervolging.
  2. Ook deze apokalyps is een document van geestelijk verzet, een boek van kracht en troost voor de kerk der martelaren.

Reeds had in 64 de uitbarsting onder Nero te Rome plaatsgehad. Antipas, de ?trouwe getuige?, was al ter dood gebracht en onder Domitianus waren tegen sommige christenen strafmaatregelen genomen. Maar de eigenlijke, systematische christenvervolging lag nog in de toekomst.

  • Antichristelijk Rome Johannes heeft de antichristelijke tendentie die school in het Romeinse Rijk met zijn toenemend staatsabsolutisme en zijn vooral in Klein-Azië welig tierende keizercultus, onderkend en de komende, onvermijdelijke strijd van ?Babylon? tegen de Bruid van het Lam voorspeld.
  • Op de wijze van de apokalyptische ziener beschouwt hij dit conflict tussen Rome en de Kerk in zijn diepste wezen en naar zijn uiteindelijke, eschatologische betekenis als het grote conflict tussen God en de antigoddelijke, satanische macht, waarvan de uitslag voor de gelovige niet twijfelachtig kan zijn.

Dit betekent dat wat in de Apokalyps concreet is, eigentijds is en dat de toekomst alleen symbolisch en volgens de conventies van het genre wordt weergegeven. Het betekent ook dat men in dat boek geen concrete voorspellingen mag zoeken omtrent de geschiedenis van de kerk en allerminst chronologische gegevens.

Symbolisch In het algemeen moet men de visioenen van de Apokalyps niet letterlijk, maar symbolisch trachten te verstaan. Om hun zin te achterhalen is een gedegen kennis van het Oude Testament, door de schrijver voortdurend met groot meesterschap benut, onontbeerlijk. Beroemde beelden De Apokalyps van Johannes bevat beelden die zeer beroemd zijn geworden.

Voorbeelden: de aanbidding van het Lam Gods; de 144 uitverkorenen voor de troon van God; het verbreken van de zeven zegels; een draak bedreigt de Vrouw, ?bekleed met de zon, met de maan onder haar voeten en een krans van twaalf sterren op haar hoofd; 666, het getal van het Beest; het Laatste Oordeel; het Nieuwe Jeruzalem.

Wie heeft de Bijbel geschreven wiki?

Christelijke visies – Hoewel de Bijbel bestaat uit een grote verzameling losse geschriften van diverse auteurs, wordt hij in het christendom als één werk beschouwd, als de door God geopenbaarde waarheid, oftewel het “onfeilbare Woord van God “, aangezien alle auteurs worden verondersteld direct te zijn geïnspireerd door God,

  • Christenen noemen de Bijbel ook wel de “Heilige Schrift”.
  • Daarnaast is er de vraag of de Bijbel letterlijk moet worden genomen.
  • Orthodoxe christenen beschouwen de Bijbel als het product van goddelijke inspiratie en in letterlijke zin het onfeilbare Woord van God.
  • Die overtuiging wordt mede gebaseerd op een tekst uit de Bijbel zelf: Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven.

Die overtuiging is voor hen een fundament van het christelijke geloof. Orthodox-protestanten neigen naar een letterlijke tekstgetrouwe lezing, terwijl vrijzinnig-protestanten de Bijbel juist meer allegorisch interpreteren. Binnen het christenfundamentalisme beschouwt men de Bijbel als historisch en natuurwetenschappelijk correct.

Binnen de Rooms-Katholieke Kerk bestaat van oudsher naast de Bijbel ook de traditie, die het Woord van God uitlegt. Binnen het protestantisme werd daarentegen het sola scriptura -principe ontwikkeld, wat betekent dat alleen de Bijbel gezag en autoriteit heeft. Hierdoor kon er geen legitieme interpreterende instantie voor de Bijbel meer bestaan.

De legitimiteit werd in de Bijbel zelf gelegd. Op de goddelijke invloed op de schrijver, de inspiratie, bestaan verschillende visies:

  1. Woordelijke inspiratie (ook wel mechanische inspiratie genoemd): de Heilige Geest gaf de schrijver woord voor woord de tekst door.
  2. Algehele inspiratie: de Heilige Geest gaf de Bijbelschrijvers de totale boodschap door en zij schreven het in hun eigen stijl en hun eigen (beeld)taal op.
  3. Dynamische of partiële inspiratie: de Heilige Geest hielp de schrijver de zaken die belangrijk zijn voor leer en leven onfeilbaar op te schrijven, maar in andere details kunnen fouten zitten.
  4. Neo-orthodoxie: De Bijbel wordt pas Gods woord in de confrontatie met de lezers.
  5. Liberaal: De Bijbel kan religieus inspirerend werken.

Sinds de verlichting beschouwen vrijzinnige christenen de teksten als mensenwerk, voortkomend uit de tijd waarin ze zijn ontstaan en dienovereenkomstig de taal en beelden uit die periode bevattend. Ook rechtzinnige christenen zijn wat dit laatste betreft meestal deze mening toegedaan.

Om die reden maakt onderzoek naar de context waarin een tekst is geschreven doorgaans deel uit van de exegese, De grens tussen rechtzinnig en vrijzinnig valt niet altijd scherp te trekken, want er zijn christenen met opvattingen die tussen beide groepen in vallen, in allerlei gradaties. Zo zijn er rechtzinnige christenen die het scheppingsverhaal in Genesis niet letterlijk nemen, maar een of andere vorm van de evolutietheorie aanhangen, maar daarin wel Gods handelen menen te zien.

De meeste christenen achten zich niet gebonden aan de Joodse wetten in het Oude Testament. Bij het ontstaan van het christendom was dit een ernstige splijtzwam, zie Concilie van Jeruzalem,

Recommended Posts

Tekst Op De Achterkant Van Een Boek

Wat betekent blurb? De flaptekst is de tekst op de achterkant van de omslag van een boek, waarin de inhoud wordt beschreven. De flaptekst moet alle informatie bevatten die het boek het beste weergeeft en de interesse van de lezer wekt Contents1 […]

Anna Kovács

De Oesters Van Nam Kee Recensie Boek

Contents0.0.1 Hoeveel bladzijden heeft de oesters van Nam Kee?0.1 Welk zijn de beste oesters?0.1.1 Wat zijn de duurste oesters?1 Hoeveel oesters is 10 kilo?2 Hoeveel oesters mag je per dag eten?2.1 Hoe weet je of oesters vers zijn?2.1.1 Is een oester gezond?2.1.2 […]

Anna Kovács