Wat Zijn Motieven In Een Boek
Een motief in literatuur is een herhaaldelijk terugkerend element. We herkennen het omdat het ook in andere verhalen voorkomt (bijv. driehoeksverhoudingen, generatieconflicten) of omdat het binnen hetzelfde verhaal meermalen voorkomt (bijv. een voorwerp, een lied, een kleur, een bepaalde handeling, een gevoel).

Wat zijn de motieven?

Wat zijn bekende motieven? – Het meest bekende motief in de klassieke muziekgeschiedenis is waarschijnlijk het motief uit het eerste deel van Beethovens Vijfde symfonie, Dit effectieve en simpele motief – het is maar vier noten lang – is als een rode draad door het hele deel te horen.

  • Een ander soort motief is het leitmotif, dat is een muzikale verwijzing naar bijvoorbeeld een personage van een opera.
  • Een motief (niet te verwarren met een thema) is een kort muzikaal fragment of ‘idee’.
  • Op de individuele noten en akkoorden na is een motief het kleinste onderdeel van een muzikale compositie; je kan het vergelijken met een molecuul, opgebouwd uit verschillende atomen zoals de noten.

Een motief kan als basis worden gebruikt voor meer uitgebreide muzikale ideeën, zoals een thema. Met ‘motief’ wordt meestal verwezen naar een (deel van een) melodie, maar een motief kan bijvoorbeeld ook puur ritmisch zijn. Een bekend voorbeeld is het popnummer We Will Rock You van Queen; het melodieloze ritmische motief ‘BOOM-BOOM-BAP’ vormt de basis van deze pophit.

Wat is de functie van motieven?

Vraag 6: Motieven Vraag 6: Heb je in het boek motieven/terugkerende elementen gevonden? Geef een voorbeeld (of meerdere als je er meerdere hebt gevonden) en geef aan waar jij denkt dat het voor staat, wat het wil uitdrukken aan de lezer, waarom Mantel het gebruikt.

Ik weet dat dit een heel open vraag is en voor sommige lezers zal het misschien een grote hindernis zijn. Mijn tip: laat je niet afschrikken en lees mee met de antwoorden. Naarmate er meer deelnemers elementen gaan noemen, kan je er op inhaken of begint er misschien wel een idee te broeien bij je dat je graag met ons wil delen.

Ik verwacht dat er heel interessante antwoorden gaan verschijnen! Ik heb hieronder even de definitie van een motief neergezet, zoals die gegeven wordt op www.boekentaal.info. Motieven Een motief in literatuur is een herhaaldelijk terugkerend element. We herkennen het omdat het ook in andere verhalen voorkomt (bijv.

  1. Driehoeksverhoudingen, generatieconflicten) of omdat het binnen hetzelfde verhaal meermalen voorkomt (bijv.
  2. Een voorwerp, een lied, een kleur, een bepaalde handeling, een gevoel).
  3. Herhaling is essentieel.
  4. Motieven zijn vaak abstracte aanduidingen van concrete verhaalgegevens, zoals ‘het vergankelijke’, ‘de dood’, ‘de rol van de opvoeding’.

Motieven vormen als het ware een patroon van grotere en kleinere elementen in een roman. Van een patroon spreek je pas als een bepaald element meerdere keren terugkomt in een verhaal. Herhaling is dus van belang. Met andere woorden literaire motieven bestaan dankzij de herhaling.

  • Er zijn ook motieven die zich niet op abstracte wijze laten formuleren, maar die zich wel kenmerken door herhaling.
  • Zulke motieven worden leidmotieven genoemd.
  • Zo kunnen citaten van een filosoof bijvoorbeeld een rode draad door het hele verhaal vormen, in dat geval spreek je van een leidmotief.
  • Ook een steeds terugkerende kleur, gedachte, lied, voorwerp of gevoel kunnen motieven zijn.

: Vraag 6: Motieven

Wat is het motief van het gouden ei?

Zo werkt de app –

Download nu

Het verhaal switcht nu naar een Franse man, genaamd Raymond Lemorne: een getrouwde scheikundeleraar met twee kinderen. Op een dag, nadat hij iemand van de dood heeft gered, besluit Lemorne dat hij de perfecte moord wil plegen en een jonge vrouw gaat ontvoeren.

  • Hij wil dit doen door iemand in zijn auto te lokken, door met een arm in een mitella om hulp te vragen.
  • Na meerdere pogingen lukt het hem: een vrouw (Saskia) vindt zijn sleutelhanger met een grote R erop erg leuk en vraagt of zij die ook kan krijgen.
  • Lemorne liegt en zegt dat hij deze in zijn auto heeft liggen.

Samen met Saskia loopt hij naar zijn auto en zodra ze daar zijn, slaat hij haar bewusteloos. Samen met Saskia rijdt hij weg. Acht jaar later is Rex opnieuw op vakantie, maar nu met zijn nieuwe verloofde Lieneke. Nog steeds weet niemand wat met Saskia gebeurd is.

  1. Na de vakantie krijgt Rex dezelfde nachtmerrie over het gouden ei als Saskia eerder kreeg.
  2. Hij besluit nieuwe advertenties in kranten te zetten, in de hoop nieuwe getuigen te vinden.
  3. Na een tijdje meldt een Fransman, Raymond Lemorne, zich bij Rex thuis.
  4. Hij beweert meer te weten over de verdwijning en vraagt Rex mee te gaan, zodat hij kan uitleggen wat er is gebeurd.

Hij vertelt Rex dat Saskia dood is en dat Rex alleen de rest krijgt te weten als hij hetzelfde ondergaat. Rex besluit mee te gaan met Lemorne. Bij het bewuste benzinestation blijkt dat Saskia daar de auto is in gegaan. Rex krijgt slaapmiddel en wordt een tijd later ergens in zijn eentje wakker.

Rex Hofman is een sociale, vriendelijke en vastberaden man. Hij probeert in het boek er achter te komen wat er met Saskia is gebeurd, wat uiteindelijk resulteert in zijn eigen dood. Saskia Ehlvest was de vriendin van Rex. Ze had rood haar en was behoorlijk ijdel: ze probeerde er altijd goed uit te zien. Raymond Lemorne is een 41-jarige Fransman. Hij is gewelddadig, een psychopaat en ziet het liefst mensen pijn lijden.

De overige karakters in het boek, waaronder Lieneke, worden nauwelijks uitgediept en zijn daarom typen. Thema’s en motieven De belangrijkste thema’s in het boek zijn (de omgang met) de dood van een geliefde en (2) onzekerheid. Het boek laat zien hoe Rex omgaat met de verdwijning van Saskia en de onzekerheid die daar bij hoort.

  1. De volharding van Rex om er achter te komen wat er is gebeurt en het feit dat hij uiteindelijk besluit hetzelfde te ondergaan als Saskia, laten zijn sterke band met Saskia zien.
  2. Een belangrijk (leid)motief in het verhaal is het gouden ei zelf.
  3. Het komt vaak terug in het boek d.m.v.
  4. De nachtmerries, maar is ook een symbool voor de angst en eenzaamheid die Rex voelde tijdens de 8 jaar van de vermissing van Saskia én die Rex en Saskia gevoeld hebben tijdens hun ontvoering zelf.

Er is nauwelijks kans op ontsnapping. Titelverklaring Het gouden ei verwijst naar de nachtmerrie die Saskia als klein kind had. “Er was toen op die landweg in Italië meer aan de hand geweest. Toen hij met zijn jerrycan terugkwam had hij Saskia volkomen overstuur aangetroffen.

  1. Als een vechtend dier had ze zich aan hem vastgeklampt, snikkend dat hij haar nooit meer zo alleen mocht laten.
  2. De beklemming in het kleine zwarte hok van de auto had haar bijna gek van angst gemaakt; het was even eenzaam geweest als in haar nachtmerrie van het Gouden Ei.
  3. Toen ze klein was had ze eens gedroomd dat ze opgesloten zat in een gouden ei dat door het heelal vloog.

Alles was zwart, er waren niet eens sterren, ze zou er altijd in moeten zitten, en ze kon niet doodgaan. Er was maar één hoop. Er vloog nog zo’n gouden ei door de ruimte, als ze tegen elkaar botsten zouden ze allebei vernietigd zijn, dan was het afgelopen.

Maar het heelal was zo groot!” Ook komt de nachtmerrie dus als motief meerdere keren terug in het boek. Bovendien zijn er meerdere citaten in het boek die ook eenzaamheid als thema hebben en dus indirect ook terugslaan op het boek. “In 1950 was Raymond Lemorne zestien jaar. Toen hij op een weekeind met zijn moeder bij zijn oom en tante in Dijon logeerde gingen de volwassenen op zondagmorgen weg en bleef hij alleen in huis.” Perspectief Het verhaal is verteld door een auctoriale verteller.

Hij is al bekend met de loop en het einde van het verhaal en vertelt het van bovenaf. Chronologie en structuur Het verhaal is niet-chronologisch geschreven. Hoofdstuk 1 speelt zich af in 1975, het jaar van de vermissing van Saskia. Hoofdstuk 2 speelt zich al 8 jaar later af, tijdens de nieuwe vakantie van Rex en Lieneke.

  • Hoofdstuk 3 gaat echter terug in de tijd en stelt Raymond Lemorne voor en de manier waarop hij de ontvoering en moord pleegde.
  • Hoofdstuk 4 en 5 gaan weer terug naar het heden, waarin beschreven wordt hoe Rex erachter komt hoe Saskia verdwenen is.
  • Er wordt veel gebruik gemaakt van versnellingen en vertragingen om spanning op te wekken.
You might be interested:  Hoe Begin Je Aan Een Boek

Vanaf hoofdstuk 3 weet je als lezer bijvoorbeeld meer dan de personages zelf: je weet al hoe Saskia verdwenen is. Het boek begint in medias res : de lezer begint middenin in de reis en de personages worden niet eerst voorgesteld. Het heeft een gesloten einde Stijl Tim Krabbé heeft een prettige schrijfstijl.

Hij neemt geen omwegen en beschrijft alles kort en bondig. Hierdoor leest het boek lekker en snel. Ook kan hij heel gedetailleerd de gedachtes en acties van personages beschrijven, wat voor een soort van spanning zorgt. Beoordeling De stijl van Krabbé zorgt dat iedere lezer geboeid raakt door het verhaal.

Je wil doorlezen en niet stoppen, want het boek verveelt nooit. Je leeft mee met het verhaal van de personages en na hoofdstuk 3 ook met het lot van Rex. De lezer weet namelijk al wat er met Saskia gebeurd is en dus ook wat Rex te wachten staat als hij meegaat met Lemorne.

Hoe schrijf je motief?

Het motief zelfst. naamw. Verbuigingen: motieven (meerv.)

Wat is een ander woord voor motieven?

Motief (zn) : afweging, beweeggrond, beweegreden, considerans, drijfveer, grond, overweging, reden. motief (zn) : gedachte, grondgedachte, grondpatroon, onderwerp.

Wat zijn Verhaalmotieven en leidmotieven?

Wat? De thematiek van een roman kan zichtbaar worden doordat je bepaalde betekenisvolle elementen steeds terug ziet komen. Zo’n element dat zich herhaalt, noem je een verhaalmotief. Het kan een gebeurtenis zijn, een waarneming, een idee of een gevoel. Soms krijgt een voorwerp, omdat het telkens opduikt in het verhaal een symboolwerking. Dan spreek je van een leidmotief. Motieven geven de lezer houvast, omdat de herhaling zorgt voor samenhang en structuur: een verhaalmotief benadrukt het belang van een bepaalde gebeurtenis, idee of gevoel. Bovendien vormt het een aanwijzing voor de thematiek van het verhaal. Bespreek de verhaal- en leidmotieven die je in je roman bent tegengekomen. Leg uitvoerig uit welke functies ze hebben in dit verhaal. Hoe? Werk de opdracht uit in Word en voeg deze toe aan je leesdossier. Maak gebruik van je Literaire Begrippenboekje dat je in de les hebt gekregen. Hoeveel? Minstens één A4’tje in lettertype Arial 11 of 12.

Wat is het motto van het boek?

Literaire theorie – Motto Soms bevatten romans een motto: dit staat dan in de vorm van een klein tekstfragment voor in het boek (een citaat uit een gedicht, een andere roman of een songtekst). Een schrijver neemt een motto natuurlijk niet zomaar op; hij of zij vindt deze woorden toepasselijk en veelzeggend voor zijn eigen verhaal.

Het motto verwijst direct naar het grondmotief van het boek. Grondmotief Vaak kun je een soort ‘boodschap’ uit een verhaal halen. Deze boodschap noem je het grondmotief, Dat staat niet letterlijk in het boek, maar dat mag je zelf, in je eigen woorden, formuleren. Je zegt dan in één zin welke ‘hoofdgedachte’ jij uit het boek kunt halen.

Zo zouden sommigen het grondmotief uit Harry Potter misschien verwoorden als ‘Het goede kan niet bestaan zonder het kwade’, terwijl iemand anders zou zeggen ‘Ouder worden betekent ook dat je afscheid moet nemen.’ Deze zinnen zijn allebei goed, omdat ze allebei iets heel belangrijks zeggen over waar het verhaal om gaat.

Wat zijn externe motieven?

Motieven & Weerstanden | Objectief Veel mensen denken dat wij rationele wezens zijn, maar wist je dat menselijk gedrag grotendeels gestuurd wordt door onbewuste en automatische processen? Fundamentele behoeften, zoals de behoefte aan autonomie en acceptatie door anderen, maar ook omgevingscues bepalen sterk hoe we ons gedragen.

Dit geldt ook voor de naleving van regels en wetten. Het is daarom belangrijk om inzicht te krijgen in de bewuste en onbewuste motieven en weerstanden van onze doelgroep. Waarom voeren ze wel of niet het gewenste gedrag uit? Door deze motieven en weerstanden te onderzoeken, krijgen we inzicht in de (onbewuste) drijfveren van onze doelgroep, waardoor we hen beter leren begrijpen.

Op basis van deze inzichten adviseren we hoe je gericht kunt inspelen op deze drijfveren en het gewenste gedrag bij de doelgroep kunt stimuleren. In gesprek met de doelgroep Om op een gestructureerde manier motieven en weerstanden te achterhalen omtrent de naleving van het verbod op doorschenken gaan we in gesprek met horecapersoneel en uitgaanspubliek aan de hand van een vragenlijst. Wat Zijn Motieven In Een Boek Motieven Twee typen motieven spelen een rol bij het tot stand komen van gedrag:

Interne motieven: motieven van binnenuit. Alcoholverkopers kunnen bijvoorbeeld alcohol weigeren aan een gast, omdat ze zich verantwoordelijk voelen voor de gezondheid van de gast. Externe motieven: motieven die van buitenaf komen. Alcoholverkopers kunnen bijvoorbeeld alcohol weigeren aan een gast, omdat ze een boete willen voorkomen. Wanneer een externe motivator wegvalt, kan ook het gewenste gedrag afnemen.

Weerstanden Drie typen weerstanden spelen een rol bij het veranderen van gedrag.

Reactance: mensen ervaren weerstand tegen gedragsverandering doordat ze zich beperkt voelen in hun vrijheid. Mensen hebben behoefte aan autonomie en vinden het niet prettig wanneer deze geschonden wordt. Een voorbeeld van dit type weerstand is: ‘Ik bepaal zelf wel of ik genoeg alcohol op heb!’ Scepticisme: bij deze weerstand gaat het om twijfels over de noodzaak van gedragsverandering. Een voorbeeld van scepticisme is: ‘Nog één biertje extra kan toch geen kwaad?’ Inertia: mensen verzetten zich simpelweg tegen verandering in het algemeen. Ze laten de situatie liever zoals deze is en willen geen energie steken in nieuwe ideeën of handelingen. Bij inertia gaat het om mensen die wel vinden dat gedragsverandering noodzakelijk is, maar toch geen actie ondernemen. Een voorbeeld is: ‘Ik weet dat ik alcohol moet weigeren aan een dronken klant, maar ik heb geen zin om de discussie aan te gaan.’

Aan de hand van kennis over de motieven en weerstanden van de doelgroep geven we advies over het veranderen van (ongewenst) gedrag. Naast het geven van advies kunnen we ook meedenken over het ontwikkelen van, Wil je meer weten over ons motieven en weerstanden onderzoek? : Motieven & Weerstanden | Objectief

Wat zijn motieven van een persoon?

Motief – De persoonlijke, innerlijke gesteldheid waardoor iemand tot een bepaald gedrag komt, de drijfveer van ons gedrag. Het motief om aan sport te doen is niet bij iedereen gelijk. We kennen onder andere de volgende sportmotieven;- vrijetijdsmotief; – gezondheids- en fitheidsmotief; – sociaal motief; – compensatiemotief; – prestatiemotief: behoefte om te.

Wat is het genre van het boek?

genre – Etym : Lat. genera = soorten; meervoud van genus = afkomst, soort, klasse. Aanduiding voor de inhoudelijk en formeel bepaalde soorten of klassen van literaire teksten. De genres waarin de literatuur wordt opgedeeld zijn zeer talrijk. Men onderscheidt in de praktijk hoofdgenres ( lyriek, epiek, dramatiek ), subgenre s (roman, novelle, verhaal, sonnet, kwatrijn e.d.) en historisch bepaalde genres (dageraadslied, ridderroman, klassiek blijspel e.d.).

  1. De indeling in hoofdgenres gaat terug op Plato en Aristoteles.
  2. De eerste onderscheidde in De Staat drie soorten van ‘vertellen’: een eenvoudig verhaal (de auteur vertelt zelf), een verhaal door middel van nabootsing (de auteur is afwezig en laat personages spreken) of een verhaal door vermenging van beide (de auteur vertelt zelf, maar laat ook de personages spreken).
You might be interested:  Boek Voor Iemand Die Met Pensioen Gaat

Op grond van de vraag ‘wie spreekt er’? leidde dit later tot een indeling van literatuur in (subjectieve) lyriek, (objectieve) dramatiek en (gemengde) epiek. Aristoteles kwam, maar op grond van een ander criterium, nl. de graad van imitatie ( mimesis ) van de werkelijkheid, tot een enigszins gelijkaardige indeling als zijn leermeester, waarbij vooral vertelkunst (epiek) en voorstellingskunst (dramatiek) tegenover elkaar werden gezet.

In de middeleeuwen hanteerde men, onder invloed van Diomedes, veelal ook een driedeling: het dramatische genre (de auteur spreekt niet, zoals in de dialogen van de klucht); het verhalende genre (de auteur spreekt, zoals in het leerdicht); en het gemengde genre (zoals in het epos, waar auteur en personages spreken).

In de Latijnse poëtica’s van de 17 de eeuw (bijv. bij Vossius) vindt men Aristoteles’ tweedeling terug, maar tegelijkertijd ziet men in de retorica een driedeling (genera dicendi, genera elocutionis ), gebaseerd op de drie stijlmiddelen van de ars persuadendi,

Ze zijn verbonden met bepaalde (sub)genres, zoals het genus humile (lage stijl) met het blijspel en het genus sublime (verheven stijl) met het epos. Maar in de renaissance ziet men ook andere tendensen. Een auteur als Bruno deed zelfs de uitspraak dat er evenveel poëziegenres zijn als dichters. Het zal echter tot de romantiek duren voordat dit soort uitspraken op grotere schaal voorkomt.

De driedeling blijft wel dominant en wordt nog versterkt door Goethes ‘Naturformen der Poesie’. Hij zag de genres als natuurlijke zijnsvormen of als ‘wezenlijk’ bepaalde grondhoudingen van de mens. Deze grondhoudingen kunnen worden omschreven als de wisselende verhouding tussen subject en object. Ieder der punten en de daartegenover gelegen zijde zouden een onherleidbare oppositie uitdrukken (bericht/uitbeelding; handeling/toestand; dialoog/monoloog); ieder van de zijden hun binaire verwantschap. Petersen definieerde het als volgt: lyriek is monologische uitbeelding van een toestand, epiek is monologisch bericht van een handeling, dramatiek is dialogische uitbeelding van een handeling.

  • Een dergelijke benadering houdt echter veel te weinig rekening met de historische ontwikkeling die de hoofdgenres hebben doorgemaakt, met de vele ‘tussenvormen’ die de literatuur rijk is en met andere mogelijke genrebepalende criteria van stilistische (bijv.
  • Poëzie-proza), pragmatische (bijv.
  • Belerend-onderhoudend) of grafische aard (bladspiegel).

Daarom schiet een statische definitie van zgn. ahistorische genrecategorieën of ‘wezensvormen’ steeds tekort. Toch blijft de driedeling en de zoektocht naar het ‘wezen’ van de hoofdgenres doorwerken, zij het minder als een strikte scheiding tussen soorten literaire werken.

  • Zo hanteert Emil Staiger ( Grundbegriffe der Poetik, 1946) het onderscheid lyrisch, episch en dramatisch als eigenschappen die samen in één werk kunnen voorkomen, met name als elementen van stijl en visie.
  • Tegenwoordig vat men dan ook het genrebegrip veeleer op als een postulaat, als een abstractie waarmee in de werkelijkheid geen enkele literaire tekst (volledig) correspondeert.

Dit is a fortiori het geval voor historisch duidelijk gesitueerde tekstsoorten die het corpus van de genoemde hoofdgenres uitmaken. Op het eerste gezicht lijkt alles wel mooi geordend te kunnen worden: onder epiek ressorteren bijv. epos en roman, novelle, short story, enz.

En verder binnen het genre roman subgenres als de picareske roman, de ontwikkelingsroman, de streekroman e.d. Tot de dramatiek rekent men dan genres als tragedie, komedie en klucht, en verder subgenres zoals de comédie d’intrigue, comédie larmoyante, vaudeville, enz. En hetzelfde zou kunnen gelden voor de lyriek, met genres als de ode, de elegie, het sonnet en subgenres of varianten als het petrarcasonnet, het shakespearesonnet, het ronsardsonnet e.d.

Zo’n doorgedreven ordening binnen de drie hoofdgenres doet echter geen recht aan een aantal tekstsoorten die veeleer op psychosociale en functionele gronden onderscheiden moeten worden en die het traditionele genresysteem doorkruisen. Zo manifesteren zich ‘genres’ als arbeidersliteratuur, vrouwenliteratuur, jeugdliteratuur op grond van schrijver of geïntendeerd publiek.

  1. Zo leidt de specifieke werkzaamheid van bepaalde teksttypes tot classificaties als bekentenisliteratuur, gebruiksliteratuur, tendensliteratuur, ontspanningsliteratuur, enz.
  2. Deze en gelijkaardige ordeningen steunen, net zoals die onder de drie hoofdgenres, op een zgn.
  3. Genrebewustzijn, d.w.z.
  4. Een soort kader waarin men teksten schrijft en leest, of nog: een verwachtingshorizon die opgeroepen wordt door formele, inhoudelijke en/of pragmatische gegevens.

Een dergelijk genrebewustzijn is echter geen statisch concept. Immers, teksttypes van welke aard ook evolueren voortdurend binnen een ruime marge: schrijvers parodiëren, nemen over, verbeteren, reageren en willen het vaak heel anders doen, en lezers voelen zich thuis in een genre, of ontgoocheld, vervreemd, enz.

(zie esthetiek van de identiteit/oppositie ). In de praktijk van het postmodernisme valt het bijv. op dat de grenzen van de genres erg vlottend zijn (grensverkeer, grensvervaging, ‘breuken’ en ‘onregelmatigheden’).M.a.w. genres en subgenres functioneren steeds m.b.t. het geheel van de andere genres, dus van de literatuur(opvattingen) op een bepaald moment in de geschiedenis.

Zoals in de literaire historiografie opteert men daarom meer en meer voor een functionele aanpak. Groepen van teksten worden beschreven in hun synchronische en diachronische relaties met elkaar en met ‘andere’ (al dan niet canonieke) teksten. Men krijgt dus oog voor de veranderlijkheid zelf van de genrecategorieën en genregrenzen en probeert de principes van die evolutie te achterhalen (zie systeem(theorie) ).

  • Overigens blijven de interacties niet beperkt tot zgn.
  • Literaire teksten.
  • Genres en subgenres zijn nl.
  • Bij hun ontstaan vaak antwoorden op nieuwe noden of behoeften in de maatschappij die in of door vroegere genres niet (of minder adequaat) konden worden verwoord.M.a.w.
  • Binnen literaire systemen worden op een bepaald moment in de geschiedenis uit de vele mogelijkheden van talige communicatie (verwoording van de werkelijkheid) bepaalde modellen gekozen die aan specifieke noden (esthetische, sociale, enz.) tegemoetkomen.

Literaire genres reageren aldus ook op andere ‘teksten’ die de cultuur uitmaken: religieuze, politieke, wetenschappelijke en juridische vormen van discours, zowel als plastische kunsten, film en audiovisuele media. Dit alles wijst erop dat de genrestudie niet alleen een kwestie is van ‘vormen’, maar ook van normen en waarden.

Genreonderzoek richt zich dan ook steeds meer op de literaire opvattingen die in een bepaalde tijd richtinggevend zijn geweest voor de voorkeur die men voor bepaalde soorten literatuur heeft gehad en op de wijze waarop men ze in verband daarmee heeft gedefinieerd. Zie ook intertekstualiteit en teksttype,

Lit : G. Stuiveling, ‘Hardop denken over het genrebegrip’ in Handelingen 26 e filologencongres (1960), p.66-77 • S. Dresden, ‘Het begrip “genre”‘ in Handelingen 26 e filologencongres (1960), p.77-85 • W. Kayser, Das Sprachliche Kunstwerk (1971 15 ), p.330-387 • K.

Hempfer, Gattungstheorie (1973) • G. Genette, Introduction à l’architexte (1979) • M. Bal (red.), Literaire genres en hun gebruik (1981) • G.S. Morson, The boundaries of genre (1981) • A. Fowler, Kinds of literature. An introduction to the theory of genres and modes (1985) • J.M. Schaeffer, Qu’est-ce qu’un genre littéraire? (1989) • L.

Wesseling, ‘Genre’ in W. van Peer & K. Dijkstra (red.), Sleutelwoorden (1991), p.58-66 • D. de Geest & H. van Gorp, ‘Literary genres from a systemic functionalist perspective’ in Reconceptions of genre, themanummer European journal of English Studies (EJES) (1999), p.33-50 • G.

Wat zijn motieven en thema’s?

Theorie – Onderwerp De onderwerpen of het onderwerp van een verhaal kun je vaak in één woord aangeven, bijvoorbeeld liefde, vriendschap, reizen of oorlog, Thema Als je nauwkeuriger wilt vertellen waar een verhaal over gaat en dus het thema van het boek wilt beschrijven, heb je meer woorden nodig.

  • Vaak gebruik je hiervoor één zin.
  • Deze ene zin is de kortste samenvatting die je van het boek kunt geven.
  • Ook is dit vaak jouw beleving van het boek en die kan dus afwijken van het thema zoals dat door iemand anders geformuleerd wordt.
  • Om het thema te bepalen moet je ontdekken op welke manier personages, gebeurtenissen en ruimtes met elkaar te maken hebben.

Ook uit de afloop van een verhaal kun je soms afleiden wat het thema is. Terugkerende aspecten hebben vaak met het thema te maken. Zo’n terugkerend aspect in een verhaal heet een motief, Denk aan toeval, haat of schuld. Ook kan een motief een hele zin of een voorwerp zijn, zoals een glas of spiegel.

Stel het onderwerp vast. Bekijk de titel en het omslag. Lees het motto (als dat er is). Kijk welke aspecten van het onderwerp herhaald worden; zoek dus de motieven. Lees nogmaals de afloop van het verhaal.

You might be interested:  Wat Is Een Uitgeverij Van Een Boek

Bron: Vaksite Nederlands Motieven Motieven zijn steeds terugkerende elementen in een verhaal. We onderscheiden drie soorten motieven:

Abstracte motieven (literair historische motieven) Het gaat hierbij over abstracte (ongrijpbare) begrippen als onmacht, liefde, toeval, eenzaamheid, oorlog. Leidmotieven Het gaat hier over terugkerende tastbare zaken. Deze hebben een symbolische betekenis. Een dobbelsteen (toeval) kan bijvoorbeeld een leidmotief zijn. Klassieke motieven Het gaat hier om verhaalelementen die we al in klassieke verhalen tegenkomen. Denk aan het oedipusmotief en assepoestermotief.

Bron: Cambiumned.nl Vraag 5a. Welke onderwerpen (die kun je in 1 woord vangen) vind jij dat aan bod komen? Welk onderwerp heeft jou het meest geraakt en waarom? Vraag 5b. Hoe beschrijf jij het hoofdthema in 1 zin? Vraag 5c. Zijn er bijzondere motieven in het verhaal die je opvielen? Motieven zijn herhalingen die in de tekst voorkomen.

Wat zijn motieven symbolen?

Een motief is een onderscheidend kenmerk of een herhalend idee in een artistieke of literaire compositie. Een symbool is een object dat iets anders vertegenwoordigt of gebruikt; vaak een embleem, teken of teken, dat iets dieper en belangrijker vertegenwoordigt.

Wat is een abstract motief in een boek?

Literaire theorie – Een motief is een niet-symbolisch element dat door herhaald gebruik in het verhaal een bijzondere betekenis krijgt. Daardoor word je als lezer op het spoor gezet van waar het in het boek om gaat. In de literatuurwetenschap wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten motieven.

  1. Verhaalmotieven zijn motieven die verbonden zijn aan concrete gebeurtenissen.
  2. Soms worden verhaalmotieven daarom ook wel aangeduid als concrete motieven.
  3. Abstracte motieven komen niet expliciet in het verhaal voor, maar die moet je zelf afleiden en proberen te verwoorden.
  4. Vaak gaat het om vrij algemene begrippen, zoals eenzaamheid, eeuwigheid, liefde, verlies, verslaving, etc.

Een grondmotief is de visie die uit een roman spreekt en die je vaak wel in één zin kunt formuleren. Vaak zijn er meerdere mogelijkheden. Daarom is het belangrijk dat je argumenten kunt aandragen voor het grondmotief dat jij hebt geformuleerd. Een leidmotief, tenslotte, is een steeds terugkerend element.

Wat betekent het getal 8 in Het gouden ei?

Symbool 2: het getal 8, dit staat voor oneindigheid want de 8 staat voor de baan die het gouden ei vliegt, het gouden ei kan alleen opengebroken worden als de tweede die in de ruimte vliegt ertegenaan botst en hiervoor staat de 8 Symbool 3: het getal 3, dit staat voor een halve 8, uitleg? (voor uitleg: bedenk wanneer

Wat is het motto van Het gouden ei?

De titel ‘Het Gouden Ei’ slaat op een droom van Saskia. Toen ze klein was droomde ze dat ze opgesloten zat in een gouden ei, dat door het heelal vloog. Alles was zwart, er waren niet eens sterren, ze zou er altijd moeten zitten en ze kon niet doodgaan. Het boek heeft geen ondertitel, motto of opdracht.

Wat is een motief wikikids?

Het motief is de reden waarom iemand een daad begaat, zoals moord, diefstal of fraude,

Wat is een thema van een boek voorbeelden?

Als je het verhaal van het boek samenvat, dan kom je als het goed is op een onderwerp uit waarover het vooral gaat. Welke rode lijn loopt er doorheen? Voorbeelden van thema’s zijn: adolescentie, alcoholisme, armoede, beroemd zijn, eenzaamheid, fantasie, geheim, handicap, liefde.

Wat is de symboliek van een boek?

Symboliek | Symbooldefinitie & Voorbeelden | Literaire Termen Symbooldefinitie: een personage, plaats of object dat een abstract idee vertegenwoordigt of verwijst naar een thema Auteurs gebruiken symbolen om een ​​diepere betekenis in hun plot of karakters te creëren, wat vaak verwijst naar het grotere thema of bericht.

  1. Symboliek voegt diepte en inzicht toe aan soms vereenvoudigde gebeurtenissen of personages.
  2. Ze leiden de lezer op het feit dat er misschien iets groters aan de hand is en er goed op letten.
  3. Een symbool komt meer dan eens voor in het verhaal, maar het verschilt van een motief omdat het een fysiek object is dat een abstract idee, concept of thema vertegenwoordigt.

Bijvoorbeeld, in The Lord of the Flies door William Golding, zijn de jongens bang voor een monster dat op het eiland leeft en Jack’s groep erop uit gaat om er op te jagen; het wordt echter al snel duidelijk dat het monster dat ze achtervolgen niet echt is.

Wat zijn Verhaalmotieven en leidmotieven?

Wat? De thematiek van een roman kan zichtbaar worden doordat je bepaalde betekenisvolle elementen steeds terug ziet komen. Zo’n element dat zich herhaalt, noem je een verhaalmotief. Het kan een gebeurtenis zijn, een waarneming, een idee of een gevoel. Soms krijgt een voorwerp, omdat het telkens opduikt in het verhaal een symboolwerking. Dan spreek je van een leidmotief. Motieven geven de lezer houvast, omdat de herhaling zorgt voor samenhang en structuur: een verhaalmotief benadrukt het belang van een bepaalde gebeurtenis, idee of gevoel. Bovendien vormt het een aanwijzing voor de thematiek van het verhaal. Bespreek de verhaal- en leidmotieven die je in je roman bent tegengekomen. Leg uitvoerig uit welke functies ze hebben in dit verhaal. Hoe? Werk de opdracht uit in Word en voeg deze toe aan je leesdossier. Maak gebruik van je Literaire Begrippenboekje dat je in de les hebt gekregen. Hoeveel? Minstens één A4’tje in lettertype Arial 11 of 12.

Wat zijn externe motieven?

Veel mensen denken dat wij rationele wezens zijn, maar wist je dat menselijk gedrag grotendeels gestuurd wordt door onbewuste en automatische processen? Fundamentele behoeften, zoals de behoefte aan autonomie en acceptatie door anderen, maar ook omgevingscues bepalen sterk hoe we ons gedragen.

  1. Dit geldt ook voor de naleving van regels en wetten.
  2. Het is daarom belangrijk om inzicht te krijgen in de bewuste en onbewuste motieven en weerstanden van onze doelgroep.
  3. Waarom voeren ze wel of niet het gewenste gedrag uit? Door deze motieven en weerstanden te onderzoeken, krijgen we inzicht in de (onbewuste) drijfveren van onze doelgroep, waardoor we hen beter leren begrijpen.

Op basis van deze inzichten adviseren we hoe je gericht kunt inspelen op deze drijfveren en het gewenste gedrag bij de doelgroep kunt stimuleren. In gesprek met de doelgroep Om op een gestructureerde manier motieven en weerstanden te achterhalen omtrent de naleving van het verbod op doorschenken gaan we in gesprek met horecapersoneel en uitgaanspubliek aan de hand van een vragenlijst. Motieven Twee typen motieven spelen een rol bij het tot stand komen van gedrag:

Interne motieven: motieven van binnenuit. Alcoholverkopers kunnen bijvoorbeeld alcohol weigeren aan een gast, omdat ze zich verantwoordelijk voelen voor de gezondheid van de gast. Externe motieven: motieven die van buitenaf komen. Alcoholverkopers kunnen bijvoorbeeld alcohol weigeren aan een gast, omdat ze een boete willen voorkomen. Wanneer een externe motivator wegvalt, kan ook het gewenste gedrag afnemen.

Weerstanden Drie typen weerstanden spelen een rol bij het veranderen van gedrag.

Reactance: mensen ervaren weerstand tegen gedragsverandering doordat ze zich beperkt voelen in hun vrijheid. Mensen hebben behoefte aan autonomie en vinden het niet prettig wanneer deze geschonden wordt. Een voorbeeld van dit type weerstand is: ‘Ik bepaal zelf wel of ik genoeg alcohol op heb!’ Scepticisme: bij deze weerstand gaat het om twijfels over de noodzaak van gedragsverandering. Een voorbeeld van scepticisme is: ‘Nog één biertje extra kan toch geen kwaad?’ Inertia: mensen verzetten zich simpelweg tegen verandering in het algemeen. Ze laten de situatie liever zoals deze is en willen geen energie steken in nieuwe ideeën of handelingen. Bij inertia gaat het om mensen die wel vinden dat gedragsverandering noodzakelijk is, maar toch geen actie ondernemen. Een voorbeeld is: ‘Ik weet dat ik alcohol moet weigeren aan een dronken klant, maar ik heb geen zin om de discussie aan te gaan.’

Aan de hand van kennis over de motieven en weerstanden van de doelgroep geven we advies over het veranderen van (ongewenst) gedrag. Naast het geven van advies kunnen we ook meedenken over het ontwikkelen van gedragswetenschappelijke interventies, Wil je meer weten over ons motieven en weerstanden onderzoek?

Recommended Posts

Tekst Op De Achterkant Van Een Boek

Wat betekent blurb? De flaptekst is de tekst op de achterkant van de omslag van een boek, waarin de inhoud wordt beschreven. De flaptekst moet alle informatie bevatten die het boek het beste weergeeft en de interesse van de lezer wekt Contents1 […]

Anna Kovács

De Oesters Van Nam Kee Recensie Boek

Contents0.0.1 Hoeveel bladzijden heeft de oesters van Nam Kee?0.1 Welk zijn de beste oesters?0.1.1 Wat zijn de duurste oesters?1 Hoeveel oesters is 10 kilo?2 Hoeveel oesters mag je per dag eten?2.1 Hoe weet je of oesters vers zijn?2.1.1 Is een oester gezond?2.1.2 […]

Anna Kovács